Mijn grote vriend

VW busje

Alsof ze elkaar hebben opgeroepen om bij mij in de buurt te gaan rondtoeren, die witte busjes. Om me er aan te herinneren dat het uit is met m’n vriend. Precies van dát merk waar hij in rijdt – dat Duitse – zijn er minstens honderdduizendmiljoen gemaakt. Die Duitsers ook altijd!

Voordat ik mijn ex leerde kennen, lette ik nooit zo op witte busjes. Waarom zou ik? Maar vanaf het moment dat het áán was natuurlijk wel. Overal was ik alert. Ik zag er een hoop, maar hem zag ik nooit. Tot de ene dag.

Daar stond-ie dan, bij het stoplicht, het mooie ouwe witte barrel. Al zag ik door de felle zon niet of m’n ex-vriend erin zat, de bus herkende ik uit duizenden: de unieke deuken aan de zijkant, de roestplekken op de linkerdeur en de glimlach op zijn bolle gezicht. Even leek het of hij naar me knipoogde met zijn rechter koplamp. “Heee!”, riep ik een beetje van slag en wapperde met m’n sjaal. Maar vanachter het stuur werd niet teruggezwaaid.

Huh?
Normaal gesproken zou ik m’n vriend meteen gebeld hebben: ‘Hé gekkie, zag je me niet?’ Maar hij was m’n vriend niet meer.

Het enige wat ik nog over heb, is totaal overbodige kennis van busgeluiden. Met m’n ogen dicht kan ik bepalen of het een busje is dat door mijn straat rijdt. Op het moment dat dat zo is, spring ik meteen van m’n stoel. Ik zie er een hoop, maar hem zie ik nooit. Wat heeft zijn baasje hier nog te zoeken?

Tot vandaag. Daar staat-ie dan, totaal onverwacht, pal voor m’n deur. Dat witte barrel dat ik overal denk te zien. Met m’n lieve ex er in, die naar me zwaait. Ondanks m’n oude joggingbroek en ongemodelleerde haar, duwt de stoot adrenaline me automatisch richting de voordeur. Eindelijk, ik kan ’m weer even aanraken.
Mijn ex komt iets afgeven.
Mmm, wat voelt hij lekker. Stevig, warm en veilig. Zo vertrouwd. Ik  geef een zoen op linkerdeur en linkerwang en zeg voor altijd vaarwel.

 

Advertenties