WROGA: schrijven met hart, huid en haar

Je nieuwste column schrijven terwijl je op je hoofd staat? Een inspirerende intro produceren voor je boek na een intensieve meditatie? Een mooi synoniem bedenken vanuit een rugtwist? Schrijfster en boeddhist Geertje Couwenbergh bedacht WROGA: een combinatie van WRiting en yOGA. Want waarom alleen schrijven vanuit je brein dat borrelt van over elkaar heen tuimelende gedachten? Je lijf, waar alle informatie in zit opgeslagen, waar woorden letterlijk voelbaar zijn, daar komen pas teksten uit.

Soms, als ik moe ben, weet ik een plastic koe niet van een echte te onderscheiden als ik door het boerenland fiets. Ik ben er niet helemaal bij. Daar gaat het bij WROGA om: aanwezig zijn. Je kunt je benen functioneel inzetten om het aantal kilometers te halen, net als je je vingers kunt gebruiken om het vereiste aantal woorden te typen. Maar wordt het dan een mooie rit, een spannend verhaal? Hoe kun je schrijven als je niet wakker bent, als je niet écht contact maakt met jezelf? Schrijven zonder gevoel is als een boekenplank zonder boeken, sex zonder the city, Bonny zonder Clyde, God zonder discipelen en een pen zonder papier.

Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee.

Mentale stretch
Omdat ik regelmatig schrijf, rek en strek ik graag mijn schrijfspieren. Ik lees boeken ter inspiratie, blijf op de hoogte van de nieuwste grammatica. Maar als er één ding is waar WROGA níet over gaat is het hoe je perfecte volzinnen maakt. Wat nou als je je héle lichaam rekt en strekt, voordat je je pen of laptop pakt? Bewust begint, even diep ademt en contact maakt met je innerlijke wijsheid? WROGA leert je om te luisteren naar je innerlijke stem. Naar je eerste, ruwe, pure gedachten. Zonder oordeel. Via je lichaam. Via je hele zijn; met hart, huid en haar. Dus daar zat ik op zondagavond tijdens de cursus, in creatieve posities, switchend van frustratie naar gelukzaligheid via onrust naar ontspanning. Met als gevolg dat ladingen naakte, ongecensureerde woorden uit mijn brein ontsnapten, die allemaal een plek wilden in mijn WROGA-boekje.

Buiten de lijntjes kleuren

Voorheen kroop ik nogal spontaan achter mijn laptop met een warme cappuccino tussen mijn handen geklemd, staarde een beetje in het niets en denk na waar ik over zou schrijven – overwegend of hier wel iemand op zou zitten te wachten, want mijn innerlijke criticus had altijd wel ergens commentaar op. ‘s Avonds haalde ik mijn dagboek met benauwende voorgedrukte lijntjes tevoorschijn en vulde met zo’n saaie blauwe Bic pen de pagina’s met hoe ontzettend naar dan wel euforisch het leven was. Tegenwoordig ben ik er meer bij en bestaat mijn nieuwe, zelf gestijlde schrijfboek zónder lijntjes uit levendige bladzijden met geplakte plaatjes uit tijdschriften, stickers, en teksten in allerlei kleuren. Heel WROGA. Ik ben weer wakker. Ik doe het met aandacht. Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee. Maar die 5 minuten in het niets staren met mijn laptop voor mijn neus, heb ik omgezet naar meditatie. Ik ben verzacht. Mijn Innerlijke Criticus komt steeds vaker zonder zweep, hij drinkt tegenwoordig een espresso’tje mee.

Gebruik je lijf
Of je nou nog nooit een yogamat hebt aangeraakt of wekelijks in de knoop ligt in de yogaschool… Of je je toetsenbord nou angstaanjagend vermijd of dagelijks enthousiast je pen kapot bijt tot je lippen blauw kleuren… Of je nou in je ouders’ vakantiehuisje in Italië aan je eerste roman werkt of gewoon meer plezier wilt beleven aan je dagboek… Schrijf met je lijf! Je hoeft absoluut geen yogi te zijn om WROGA te beoefenen. Maar pas op, voor je het weet ben je een wrogi.

Ga naar de website van Geertje Couwenbergh
De cursus WROGA is gebaseerd op haar boek ZIN, lust in je leven door schrijven: ISBN 9789020205169.

Advertenties

Oh Boeddha, verlos mij van mijn verlangens

Stel dat het waar is wat Boeddha zegt, dat je meerdere levens hebt. Je gaat dood en wordt herboren, totdat je voldoende geleerd hebt en verlicht raakt. In ieder leven beoefen je zijn leer: volledig aanwezig zijn, met al je aandacht, open voor wat er is, zonder oordelen en verlangens. En op een dag ontwaak je.
Tja, Boeddha heeft makkelijk praten, hij herinnerde zich al zijn vorige levens. Hoe kan ik nou leren van eerdere daden als ik niet weet wat ik verkeerd gedaan heb?

Wel probeer ik al zo’n jaar of 10 iets op te steken van fouten in mijn huídige leven. Dat is al moeilijk genoeg. En dan bedoel ik geen dingen als de aanschaf van naaldhakken met een gouden randje die je toch nooit gaat dragen en eigenlijk niet eens kon betalen. Ik heb het over mannen. Liefde. Lust. Hunkeringen.
Oh Boeddha, wat moet ik toch met al die verlangens?

Voor de zoveelste keer in mijn leven ontmoet ik een man tot wie ik me aangetrokken voel. Ik kan met hem lachen, hij is lief. Filosoferend over het leven wandelen we hand in hand door de duinen. We zoenen elkaar voor het eerst terwijl de zon langzaam de zee in zakt. We bestellen er nog eentje. En nog een. Thuis luisteren we nog wat naar muziek en vallen in elkaars armen in slaap. Zo volgen vele weekendjes. Maar na een tijdje besef ik dat ook hij het niet is. Speeddaten duurt drie minuten, aandachtig daten drie ontmoetingen. Ik moet ermee stoppen. Maar mijn verlangens brengen me aan het twijfelen. We hebben het toch fijn, Hier en Nu? Wéér afscheid nemen, ik word er zo ongelukkig van.
Oh Boeddha, jouw wijsheid – mijn verlangens, ze gaan niet samen. Je levensvisie lonkt, maar tegelijkertijd weet ik niet of ik wel zonder verlangens wíl. Wat geeft mij anders richting?

Na het beëindigen van ook deze relatie, nestel ik mezelf in bed met Het Grote Boeddha Boek. Geen wijntje in mijn hand, maar groene thee, geen man tegen me aan, maar een zacht kussen. Alleen al door het lezen van jouw inzichten voel ik me beter. Je brengt me terug op het juiste pad.

Heel mindful bekijk ik de foto’s van het laatste hoofdstuk en leg het boek op mijn nachtkastje. Ik heb mijn missie weer helder: aandachtiger leven en bij mezelf blijven. Leren van mijn ervaringen. Hoe eerder ik verlicht zal zijn. Geen vervuilende gedachten meer als ‘onderweg naar de ware mag ik me toch wel vermaken’ en dat soort dingen. Ik begin alleen nog iets met mannen met wie ik denk te gaan trouwen.
Ik schenk mijn Boeddhabeeldje een brede glimlach en doe het licht uit.

Even later ontwaak ik, badend in het zweet. Verward kijk ik om me heen. Boeddha? Met zijn lange, zwarte krullen tegen zijn bezwete gezicht geplakt had hij me bemind, met al zijn aandacht. De hele nacht, vol verlangen, passie en liefde, onder de vijgenboom in India waar hij duizenden jaren geleden verlicht raakte. Ook ik was verlicht geraakt vannacht.

Lieve Boeddha, wil jíj met me trouwen?