Dans!

7427ea21094f13e19c2f13

Ken je dat gevoel dat je weet ‘dat het goed is’? Geen weten vanuit je hoofd, maar een dieper, intuïtief weten. Misschien voel je het in je buik als een lekkere warme gloed of maakt je hart een sprongetje. Je kan het ook ervaren als intense vredigheid, een bepaalde kalmte, waar je zachtjes van gaat zitten ja-knikken. Dan zit je op het goede pad. Je bent verbonden met de wijsheid in jou, die je vertelt dat het klopt – voor jou.

Door een hoop trial and error weet ik inmiddels dat het mijn lichaam is dat feilloos weet of iets klopt of niet. Niet mijn hoofd. Mijn hart weet het en maakt het lichamelijk voelbaar. Ik ervaar dat als een ‘lekkere smaak in mijn buik’. Een soort zoetheid die ik kan voelen in mijn buikgebied. Heerlijk!

Het hart fluistert, dus dat vereist stilte… En dat is spannend.

Maar mijn bovenkamer vindt dat eng en pompt naarstig allerlei ‘ja-maar’-gedachten rond, met het idee controle te houden. Dat vindt ons hoofdje lekker; de touwtjes in handen hebben, dan kan er niks mis gaan. Maar wat is ‘mis gaan’? Als je te veel naar je hoofd luistert, gaat het júist mis en raak je uitgeput. In Nederland leren we om vooral waarde te hechten aan onze mind, dus is er lef nodig om je te verbinden met je hart. En het hart fluistert, dus dat vereist stilte. En dat is spannend.

Ik merk dat als ik me met mijn hart verbind – wat mij ook echt niet altijd zo maar lukt – dat ik vertrouwen voel. Verbinden doe ik bijvoorbeeld door te schrijven of te dansen. Zonder doel, zonder regels, zonder beoogd resultaat. Gewoon mijn pen laten bewegen via mijn handen (‘de tentakels van mijn hart’, zoals mijn lieve docente Helma ze eens noemde, mooi hè) en mijn voeten laten heengaan waar ze willen. Ik kom dan in een flow… Het valt me op dat ik vervolgens vaak ook meer ga dóen wat goed is voor mij, in míjn leven. Het gaat meer vanzelf. Ik denk minder na. Ik noem dat ook wel ‘trillen op mijn natuurlijke frequentie’. Schrijvend op het ritme van mijn hart en dansend op de golven van het leven.

Eén van mijn favoriete uitspraken in het Spaans is:

Mi plan es bailar hasta que todo se solucione.
Mijn plan is: dansen totdat alles is opgelost.

Dansen is hét medicijn voor mij. Al dansend kan mijn hoofd zich er simpelweg niet mee bemoeien. Er is alleen voelen. Overgave. Zijn. En dan hoeft er ineens helemaal niets meer te worden opgelost. Als ik dans word ik me bewust van mijn lichaam en dat geeft mij de bevestiging dat écht het enige is dat we hebben het nu is. Door dat contact met mijn lijf zak ik van mijn hoofd naar mijn bekken en voel ik me zowel veilig als vrij. Al mijn cellen gaan glimlachen en trillen – op míjn unieke frequentie.

Advertenties

Publicatie Te Gast in Colombia

Het boekje TE GAST IN Colombia is uit! Een nieuwe uitgave in de serie TE GAST IN.

Een publicatie die net zo kleurrijk is als het land zelf. Naast praktische info, lees je er persoonlijke verhalen van schrijvers en journalisten die een speciale band hebben met dit waanzinnige land. Ook ik mocht er aan bijdragen met een artikel over muziek en dans: ‘Salsa moet je voelen’.

Blader door de digitale preview.

Het Colombiaanse leven – Eten, dansen en… dansen

In Colombia is iedereen aan de coke, elke dag wordt er een onschuldige ziel voor je neus doodgeschoten en niemand is te vertrouwen. Dat is ongeveer het beeld dat men vaak heeft van dit Zuid-Amerikaanse land. Terecht? Ja en nee. Ja, het land heeft vele gezichten en er is veel ellende. Maar de mensen zijn ongelofelijk vriendelijk, open en positief, de natuur is waanzinnig en het is een land van dansen, dansen en dansen. 

De slogan van het toeristenbureau speelt slim in op de heersende angst voor het land: El unico riesgo es que te quieras quedarHet enige risico is dat je wilt blijven. Klopt. Want je raakt gemakkelijk bevriend met de mensen (zonder cocaïne), merkt dat die onschuldige zielen bewust kiezen om te léven en ontdekt al snel dat de meeste mensen gewoon te vertrouwen zijn.

Salsa, salsa, salsa
Het begon allemaal met een kop koffie op een zonnige patio in een van de smalle straatjes van San Antonio in Cali. Een pittoresk, koloniaal wijkje, midden in deze industriestad. Maar naar Cali ga je dan ook niet voor de schoonheid van de stad, maar voor de salsa. En als je van salsa houdt, is architectuur van ondergeschikt belang. Want naast rook van alle fabrieken, ademt Cali de hele dag salsa; in de supermarkt, in de taxi, op straat, bij de apotheek, overal. En dat is precies de reden dat ik hier ben.

Als je je een jaar in een land wilt settelen, moet je nieuwe gewoontes, moves en woorden aanleren

Todo está aquí
Op mijn aankomstdag vertelt Claudia, bij wie ik een kamer huur voor een paar maanden, me onder het genot van die koffie alles over de beste salsascholen in de buurt. Claudia heeft haar huis deels verbouwd tot B&B. Zo ontmoeten wij – de Colombiaanse Camilo, de Duitse Robert, de Amerikaanse Steve en ik – dagelijks niet alleen vrienden en familie van Claudia, maar ook reizigers uit alle hoeken van de wereld met wie we etend, filosoferend en dansend de patio delen. Ik voel me al snel thuis. San Antonio is een rustige, mooie, kleurrijke vlek in een rommelige stad. Het voelt als een dorp; je haalt je groente en fruit bij Manuel (alleen al voor de wonderlijke vruchten moet je naar Colombia), eet traditionele lunches bij El Zaguan (Colombianen eten ’s middags warm, vaak buiten de deur), drinkt goede koffie bij Macondo (niet altijd makkelijk vindbaar, de beste koffiebonen worden geëxporteerd) en belt aan bij apotheker John als je acetaminofen nodig hebt (de Colombiaanse paracetamol). Lekker overzichtelijk. Alleen als je naar een supermarkt wilt, moet je ‘naar de overkant’. Zo zijn de Britse Caroline en ik het gaan noemen. Want daar is het rauwe Cali. Sinds ik haar ontmoette, gaan we elke vrijdag de loopbrug over voor onze grote boodschappen – en een nieuw salsajurkje natuurlijk – om het centrum vervolgens de rest van de week te vermijden. Het is er vol en vies: drukke straten met toeterende auto’s gitzwarte rook uitpuffend, krioelende mensen voor en achter kraampjes volgestouwd met koopwaar. Geen mooie inheemse producten, maar kunststof schoenen voor 2.500 Pesos (1 Euro) en magische crèmes die je rondingen ronder zouden maken. Het is om gek van te worden, en toch heeft het iets, dit soort plekken. Voor een kwartiertje. Je zou het namelijk net zo goed authentiek kunnen noemen als de inheemse marktjes. Ook als je naar een salsaclub wilt moet je San Antonio verlaten. Gelukkig maakt salsadanser Ricardo regelmatig een tussenstop bij café Tostaki (een snel uitgesproken Todo está quí. ‘Hier ontbreekt niets’) om las dos Carolinas op te halen voor een dansje  – zo noemen ze ons hier in de wijk.

Go local
Als je je een jaar in een land wilt settelen, moet je nieuwe gewoontes, moves en woorden aanleren. Zo legt Claudia me uit dat je nooit je tas op de grond moet zetten. ‘Brengt ongeluk!’ Als ik mijn salsaleraar Victor uitleg dat er in Europa vooral met hoofd en armen wordt gedanst, laat hij me zien dat het in Colombia gaat om heupen en voetenwerk. Camilo leert me Colombiaanse woorden, zoals bacano (gaaf, cool), parcero (vriend, maatje) en vaina (ding, manier) en de hoe-gaat-ie-groet ‘Qúe más?’ (‘Wat nog meer’). Volgens huisgenoot Steve (en volgens de boekjes) wonen in Cali de mooiste vrouwen van het land. Ze zijn prachtig, zeker, maar helaas met veel chirurgisch aangebracht billen en borsten. Ook Robert heeft me iets te leren, namelijk dat ze in San Antonio zelfs zuurdesembrood verkopen (belangrijk voor een Duitser natuurlijk). De rest van de Colombiaanse gewoontes rijmen perfect met de Latijns-Amerikaanse cultuur, dus ik hoef niet meer te oefenen met niet-zo-stipt-op-tijd komen, een zoen in plaats van een hand bij ontmoetingen en niet al te direct zijn. Dat gaat inmiddels vanzelf.

‘Gracias a Dios’, denk ik – om mijn blijdschap maar op de nationale manier uit te drukken :)

Ontmoeting
Op een willekeurige donderdag lig ik lekker heen en weer te wiegen in de hangmat, zoals ik iedere dag doe in de namiddagzon op de patio. En dan is daar die man… een fotograaf uit Bogotá. Met zijn zwarte krullen en diepbruine ogen gaat hij tegenover mijn hangmat zitten. Terwijl hij zijn doordringende blik geen seconde loslaat, kletsen we totdat het donker wordt. Ik heb al snel door dat hij geen ‘standaard Latino’ is. Latijns-Amerikaanse mannen zijn nu eenmaal vaak vrouwenversierders, zo worden ze opgevoed. Maar deze man lijkt anders. Gestudeerd, eigen fotostudio, luistert naar muziek búiten zijn continent en weet meer van kunst, geschiedenis en de wereld dan een gemiddelde wetenschapper. Dit in combi met het ontbreken van gladde praatjes maakt hem interessant. Dus ik app:

– Caro, ik neem vanavond iemand mee. 21.00 uur bij Tostaki?
– Can’t wait!

Om 21:10 uur houdt meneer fotograaf de zware, houten voordeur voor me open, die ik vervolgens zoals altijd dubbel op slot draai met de even zo zware sleutel. Er waait een zwoel briesje. Deze avond gaan we met een groepje mensen naar Topa Tolondra, een van mijn favoriete salsaclubs: zo’n oude, donkere tent, vol met foto’s van beroemde salseros aan de afgebrokkelde stenen muren, waar de hele nacht wordt gedanst. We hebben het fijn, al blijkt hij niet zo’n salsadanser te zijn als de meeste mannen uit deze regio. Dat komt door zijn roots in Chiquinquira, een klein dorpje, waar ze meer folklore dansen dan salsa. Ik besef dat dat maakt tot wie hij is; niet zo’n versierder zoals de Caleños, de mannen uit Cali. ‘Gracias a Dios’ (godzijdank), denk ik – om mijn blijdschap maar op de nationale manier uit te drukken :)

Afscheid
Als hij de volgende dag vertrekt, zwaai ik de gele taxi na totdat hij om de hoek van de straat verdwijnt. Zal ik hem ooit nog zien? Zodra ik in de hangmat ben gekropen, komt Claudia komt aangesneld: ‘Komt hij nog terug?’ Dezelfde avond heb ik al een mailtje van hem en twee weken later pakt hij het vliegtuig naar Cali. Een maand daarna opnieuw. Dit keer blijft hij lang. We eten smeuïge muffins bij Zahavi, kijken oude films bij Macondo, bezoeken het filmmuseum Caliwood, slenteren door de straatjes van San Antonio en dansen bij Tin Tin Deo, Zaperoco, Topa en Las Brisas.
Zal ik hem hierna opzoeken in zijn woonplaats Bogotá?