Fladderen of aarden

Ik weet het nog goed. Ik ben 32 en ik ben in een crisis beland. De zogenaamde quarterlife crisis. Maar ik zit helemaal niet te wachten op stagnatie! Bovendien heb ik al genoeg crises achter de rug: relatiescrises, carrièrecrises, gezondheidscrises, woningcrises. Ik zie meer mensen van mijn leeftijd worstelen met dezelfde thema’s. We verlangen allemaal naar rust, temidden van de veelheid. Hoe komen we daar? 

Ik had ze wel gehoord, die alarmbellen. Maar ik negeerde ze, iedere keer weer. Ik zette gewoon m’n iPod wat harder. Met het gehele orkest belden ze aan, maar ik deed niet open. Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad. Toen ze ook thuis naast me op de bank gingen spelen en uiteindelijk pontificaal voor m’n beeldscherm gingen zitten op m’n werk, kon ik er niet meer omheen. Toen wist ik dat ik iets moest doen.

Ik was als de dood dat ik van een vlinder in een boom zou veranderen. Of erger nog: in een alien. 

Maar ik zat muurvast. Zó lang was ik gevlucht voor de signalen, zo lang had ik me verzet tegen die schreeuw om aandacht van m’n lichaam, ik was uitgeput. Keer op keer had ik niet thuis gegeven en nu kreeg ik dubbel en dwars de resultaten gepresenteerd. Op een dienblaadje. Geen zilveren, maar een donkergrijze. Zonder franjes.

Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad.

Uiteindelijk ben in de rollercoaster gestapt. Ik heb me suf gelezen, mediteerde dagelijks met Boeddha aan mijn zijde, praatte met goeroes tot ik er bij neerviel, heb mijn angsten aan in de ogen gekeken, en leren voelen, dat deed ik veel. Want in Nederland gaat het allemaal om dat brein, maar waar de vreugde zit is in het vóelen. We wonen in ons hoofd en denken dat daar de waarheid zit. Zoals velen die ik ontmoette op mijn weg, was ook ik in mijn bovenkamer gaan wonen om te overleven. Zakken mogen we, in ons lijf, uit onze gedachten. Afdalen naar ons bekkengebied en via ons bekken nog verder naar beneden: aarden. Daar vertoef ik steeds vaker en ik zie ook biij anderen hoe ze dat helpt om écht te leven… Zo fijn om te zien en te ervaren.

Zo ging ik langzaam terug naar huis. Thuis, waar ik altijd welkom ben. Mijn eigen huisje, dat ik altijd met me meedraag. En als de bel gaat, negeer ik ‘m niet. Wel kijk ik eerst even door het gaatje en beslis dan of ik open doe. En áls ik open doe, heet ik het bezoek van harte welkom. En zo fladderde ik via diezelfde deur weer naar buiten.

Al dat soul searching heeft écht zin. Zoals Stine Jansen zo mooi zei laatst in een interview: ‘Het is hard werken, die spiritualiteit, maar het helpt wel’ : )

Ik heb dit blog ook in het Engels vertaald. Lezen? Dat kan op deze pagina.

Advertenties