Fladderen of aarden

Ik weet het nog goed. Ik ben 31 en zit in een crisis, de zogenaamde quarterlife crisis. Een crisis met een merknaam. Tja, anders hoor je er niet bij… Maar ik zit helemaal niet te wachten op stagnatie. Bovendien heb ik al meer dan genoeg crises achter de rug: relatiescrises, carrièrecrises, gezondheidscrises, woningcrises. Tja, wat moet ik anders, een beetje gelukkig lopen zijn

Ik had ze wel gehoord, die alarmbellen. Maar ik negeerde ze, iedere keer weer. Ik zette gewoon m’n iPod wat harder. Met het gehele orkest belden ze aan, maar ik deed niet open. Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad. Toen ze ook thuis naast me op de bank gingen spelen en uiteindelijk pontificaal voor m’n beeldscherm gingen zitten op m’n werk, kon ik er niet meer omheen. Toen wist ik dat ik iets moest doen.

Maar ik zat muurvast. Zó lang was ik gevlucht voor de signalen, zó lang had ik me verzet tegen die schreeuw om aandacht van m’n lichaam, ik was uitgeput. Keer op keer had ik niet thuis gegeven en nu kreeg ik dubbel en dwars de resultaten gepresenteerd. Op een dienblaadje. Geen zilveren, maar een donkergrijze. Zonder franjes.

Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad.

Uiteindelijk ben in de rollercoaster gestapt. Ik heb me suf gelezen, mediteerde dagelijks met Boeddha aan mijn zijde, praatte met goeroes tot ik er bij neerviel, en voelen, dat deed ik veel. Heel veel. Nog steeds trouwens. Want daar draait het allemaal om. We zweven in ons hoofd. Zakken moeten we, in ons lijf, uit onze gedachten. Afdalen naar dat bekkengebied en nog verder naar beneden: aarden.

Ik was als de dood dat ik van een vlinder in een boom zou veranderen.

Na diepe dalen, rust en veel opgedane wijsheid, ben ik weer onderweg naar huis. Thuis, waar ik altijd welkom ben. Mijn eigen huisje, dat ik altijd met me meedraag. En als de bel gaat, negeer ik ‘m niet. Wel kijk ik eerst even door het gaatje en beslis dan of ik open doe. En áls ik open doe, heet ik het bezoek van harte welkom. Binnenkort fladder ik via diezelfde deur weer naar buiten.

Nu, 7 jaar later is er een hoop veranderd. Al dat soul searching heeft écht zin. Zoals Stine Jansen zo mooi zei laatst in een interview: ‘Het is hard werken, die spiritualiteit, maar het helpt wel’ : )

Ik heb dit blog ook in het Engels vertaald. Lezen? Dat kan op deze pagina.

Advertenties

Ik zen dus ik ben

Stel dat het waar is wat Boeddha zegt, dat je meerdere levens hebt. Je gaat dood en wordt herboren, totdat je voldoende geleerd hebt en uiteindelijk verlicht raakt. In ieder leven beoefen je zijn levenskunst: volledig in het moment aanwezig zijn, open voor wat er is, zonder oordelen en verlangens. Tja, Boeddha heeft makkelijk praten, hij is verlicht. En hoe kan ik nou leren als ik niet bewust weet wat ik verkeerd gedaan heb?

Wel probeer ik al zo’n jaar of 10 iets op te steken van fouten in mijn huídige leven. Dat is al moeilijk genoeg. De aanschaf van naaldhakken met een gouden randje bijvoorbeeld, die je toch nooit gaat dragen en eigenlijk niet eens kon betalen. Of toch nog een wijntje, of het opnieuw proberen met die lieve leuke man. Maar wat me vooral niet lukt is genoeg rust ervaren in mijn leven. Het is tijd voor wat mindfulness.

Ik installeer mezelf op de bank met het boekje ‘Beter nu’, dat ik van mijn vriendin heb gekregen. Alleen al door erover te lezen word ik rustig. Het klinkt zo simpel! Wat een heerlijk vooruitzicht, ik als ontspannen mens, in balans. Ineens zit ik vol inspiratie over hoe mindfulness mijn leven gaat veranderen.

Ik haal een schriftje met ontspanningsoefeningen tevoorschijn, ga op de grond liggen en begin. Gedachten laat ik voorbij gaan als wolkjes, heel rustig. Althans, dat is mijn opdracht. Ze laten komen en gaan, zonder oordeel. Me richten op mijn ademhaling, lage ademhaling. Ik denk aan die tekst die ik nog moet schrijven. Die had eigenlijk vorige week al af gemoeten. Wanneer moet ik dat in hemelsnaam doen? Van schrik open ik mijn ogen. Voor mijn neus zie ik mijn roze kastje. That reminds me, die wil ik nog schilderen. En ik bedenk me ook dat ik me moet oriënteren op een nieuwe laptop. Terug naar mijn ademhaling. Ik leg een hand op mijn buik. Dat rondje buikje, daar moet ik nodig iets aan doen, straks pas ik mijn lievelingsbroek niet meer en vindt niemand me meer aantrekkelijk. IJverig stuur ik de aandacht naar mijn voeten, weg uit mijn hoofd. Mijn voeten zijn ijskoud. Ik moet pantoffels aan, anders kan ik me echt niet ontspannen. Dan zal het lukken, écht. Als ik weer ga liggen prikt er iets in mijn rug. Ik lig op m’n lipgloss. Niet vergeten om zonnebrand te kopen voor m’n reis! Ik vertrek al bijna…de hoeveelste is het eigenlijk? Ik kijk op de klok. Is het al zo laat?! Ik heb helemaal geen tijd om te mediteren!
Snel kom ik omhoog, negeer de sterretjes en ren de deur uit.
Mediteren… op vakantie ga ik het opnieuw proberen.

Onder de Spaanse zon staar ik naar de horizon en er verschijnt een zachte glimlach op mijn gezicht. Ik heb mijn missie weer helder: aandachtiger doen wat ik doe, veel buiten zijn en ademen – laag ademen. Zo met mijn blote voeten in het zand en kijkend naar de ondergaande zon lijkt het allemaal zo eenvoudig. Het drukke leven in Nederland vráágt ook meer om mindfulnes. Hier lijkt alles makkelijker. Nu is nu. Op dit moment zie ik het zo: het leren van mijn fouten gaat vanzelf, gaat altijd door, op een diepere laag. Bewust en onbewust. Als je van alles bewust zou zijn, zou het niet ‘werken’. Ik schenk het Boeddhabeeld naast me mijn brede glimlach en doe het licht uit. Ik hoef niet terug te kijken en ook niet precies te weten wat de toekomst brengt. Beter nu.