Land Rover verovert land

mg_6982-copiar

Een jaar lang door Zuid-Amerika trekken in je eigen huis op wielen, met nog geen 4.000 dollar op zak. Vrijheid. Iedere dag een nieuw avontuur. En nog zacht voor het milieu ook. Onmogelijk? De Chileense hippie Jaime Silva bewijst dat het kan. Vanuit Chili is hij met zijn Land Rover El Gordo Fritanguero al door Peru, Ecuador en Colombia getrokken. En hij heeft nog dollars over. Wat het geheim is? El Gordo rijdt op plantaardige, gebruikte olijfolie.

Ik ontmoet de goedgehumeurde Jaime op de hoek van een straatje in Bogotá, als ik nieuwsgierig de kunst op zijn auto sta te inspecteren: 99% ACEITE VEGETAL RECICLADO. Jaime is een sterke verschijning: baardje met grijze haren van intensief leven, afgeranselde reizigerskleding, stevige wandelschoenen en een dikke zonnebril (het is avond). ‘Ik leg het je uit!, en hij opent enthousiast de motorkap om me in detail te vertellen hoe het werkt (iets waar ik me in dit verslag maar niet aan wijd). Als zijn zachte stem de ruimte krijgt en hij zijn bril afzet, onthult zich een vriendelijke Chileen met een stel felblauwe ogen.

Wie wil hem nou niet helpen?
Gebruikte olie vinden blijkt niet moeilijk. ‘Gewoon, restaurants binnenlopen en vragen of ze wat over hebben. De helft van de keren heb ik geluk. Daarnaast heb ik diverse sponsors, zoals twee Colombiaanse universiteiten die me 300 liter hebben geschonken.’ Hoe zou dat voelen, rijden op olijfolie?, vraag ik me af. Als Jaime de auto later stilzet bij een stoplicht, krijg ik spontaan zin in gebakken aardappels. Of is het een hamburger die ik ruik? Het is niet alleen de geur van eten, ook échte aardappels of een bord rijst met frigoles komen gratis tot Jaime, zo blijkt. De hele wereld nodigt hem uit aan de eettafel, iedereen wil hem leren kennen. Een fietser stopt en en tikt op het raampje. ‘U rijdt op olijfolie?!’ Jaime trekt een brede grijns, ‘zo gaat het de hele dag.’

Thuis
In de Land Rover is het goed toeven; er is een gezellig kookpitje, de achterbank vormt een knus bed, er wordt gerookt, geproost, gevreeën en er worden verhalen gedeeld. Oude en nieuwe vrienden hebben meegereisd in El Gordo en  hun sporen achtergelaten. Bij vertrek was de auto volledig kaal, inmiddels is hij volgeschilderd met kunst. (Als ik ook wil participeren ben ik van harte uitgenodigd. ‘Het moet wel mooi zijn, anders haal ik het gewoon weer weg.’) De buitendeuren zijn opgesierd door handen uit verschillende landen, de binnenkant van de deuren hangen vol met souvenirs uit alle hoeken van het continent – gezamenlijk vormen ze het bijzondere karakter van El Gordo Fritanguero.

Recycling
Het thema recycling is belangrijk voor Silva. ‘Onze wereld is het paradijs waar wij leven. Daar moeten we met respect en zorg mee omgaan. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe wij de aardbol achterlaten voor onze kinderen.’ Zijn huis in een klein dorpje in Chili, dat momenteel leeg staat, bestaat voor 80% uit gerecyclede artikelen. ‘Eerst was ik de gekke hippie, nu volgen mensen mijn voorbeeld en ervaren zelf de voordelen van recycling.’

Liefde voor de natuur
Wat nou als je naar de wc moet? ‘La pacha mama, oftewel Moeder Natuur, is één grote wc.’ (brede grijns)  Jaime zet met gemak zijn auto onder een boom om de nacht door te brengen. Hij komt alleen in een stad voor noodzakelijke inkopen, om vervolgens weer zo snel mogelijk de rust op te zoeken. ‘In steden kan ik mijn auto niet langs de kant parkeren en mijn ogen sluiten. Ik moet een parkeergarage opzoeken of rekenen op mijn medemens. Al werkt dat meestal prima. Gister nog, ontmoette ik een landgenoot, en vroeg hem om een douche. Uiteindelijk ben ik een week gebleven. Mensen zijn ongelofelijk gastvrij en behulpzaam. Niet alleen eten en een bed, ook onderdelen voor El Gordo worden me regelmatig aangeboden.’

Verbinding met de wereld
‘El Gordo geeft me de mogelijkheid om me te verbinden met mensen, met de wereld. Het is zijn uiterlijk dat ervoor zorgt dat mensen een gesprek met mij aanknopen. Al hebben wij wel een goede chemie, El Gordo en ik’, lacht hij en krabt even aan zijn baard. ‘Samen trekken we allerlei soorten mensen aan, rijk en arm. Via mijn auto heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt, veel geleerd, naar verhalen mogen luisteren en delen van mijn reis kunnen delen. Dat ben ik heel dankbaar voor.’

Reizen in het bloed
Hoe ontstaat nou het idee om zo’n bijzondere reis te maken? ‘Ik was altijd al de reiziger van de familie. De laatste vier jaar kom ik alleen af en toe thuis om geld te verdienen voor de volgende trip. Ik ben inmiddels in 28 landen geweest, in alle continenten behalve Afrika. Liftend, bij mensen thuis slapend, alles low budget. Ik heb ondervonden dat ik niet veel nodig heb. Op een dag ontmoette ik een Gringo*, die mij enthousiast vertelde over het rijden op olijfolie. Ik ontdekte dat het eigenlijk heel eenvoudig was. Iedereen verklaarde me voor gek. Gek of niet, hier ben ik nu, in Bogotá, na ruim 8 maanden toeren op aceite. Ik ga de wereld veroveren met mijn Land Rover.’

Vrijheid
‘Ze zeggen dat je in je leven een boek moet schrijven, een boom moet planten en een kind moet krijgen. Ik heb deze prachtboom geplant. Hij groeit elke dag. Deze manier van leven maakt me jong, ik barst van de energie. Veel mensen zeggen dat ze me benijden. Ze vinden het knap dat ik alles heb achtergelaten. Hoe zit het met mijn zekerheden?, vragen ze zich af. Het enige wat we zeker weten is dat we dood gaan. Als ik nu dood zou gaan sterf ik gelukkig. En wat is ‘alles’? Ik heb alles wat ik nodig heb. Ik ben tevreden. Voordat ik reisde was ik altijd gestrest. Ik verdiende goed, maar ging er lichamelijk bijna aan onderdoor. Nu ben ik vrij. Ik ben gelukkiger dan ooit.’ Angsten? Die heeft Jaime niet. ‘Waar zou ik bang voor moeten zijn? Ik hoef me geen zorgen te maken over materialistische zaken en ben free as a bird. Vrijheid kent geen prijs.’

* In Latijns-Amerika noemen ze van de Verenigde Staten (en vaak ook uit Europa) ‘Gringo’s’

Ik schreef dit verhaal ook in het Spaans (América del Sur en cuatro ruedas’).

Advertenties

Fidel is watching you

199433_185476498164039_3549539_n

Samen met mijn leraar Armado loop ik door het centrum van Havana. In plaats van grammatica-les aan een wiebelig tafeltje met een roestige ventilator, krijg ik les op straat, middenin het Cubaanse leven. Terwijl hij me met een trieste blik een verhaal vertelt bij een vervallen gebouw, worden we plotseling aangehouden door een politieman. Wat hij hier doet met mij, gezellig kletsend in dit zijstraatje van Plaza Vieja.

De breedgeschouderde man in zijn donkerblauwe outfit kijkt Armado ongeduldig aan. Voor de vorm tikt hij met zijn voet op de versleten straattegels.
‘Mag een oude negro niet met een jonge vrouw over straat lopen?’, is Armado’s reactie.
De agent neemt hem kritisch op, van beige teenslippers tot krijtwit kroeshaar en levenslustige ogen, die twijfelachtig glimlachen. Vervolgens kijkt hij naar mij.
‘Gaat u daar even staan, señorita?’
Als een braaf hondje druip ik af en wacht onder een geveltje van een restaurant. Ik kijk toe hoe de dienaar van de gebroeders Castro Armado onderwerpt aan een vragenvuur. Cuba doet er alles aan om het toerisme te laten groeien, maar is tegelijkertijd doodsbenauwd voor informatie-uitwisseling tussen locals en reizigers.

Ineens wordt het Armado te veel en hij verheft zijn stem. ‘Laat me met rust, ik laat haar gewoon de stad zien!’ Hij kijkt even mijn kant op. De politieagent gaat voor hem staan. ‘U kunt beter gewoon mijn vragen beantwoorden.’
Ik zie Armado steeds kleiner worden. Hij heeft dit al vaak meegemaakt, zo heeft hij mij verteld. Een golf van mededogen komt over me heen. Deze oude man is me lief geworden in een korte tijd. Bijna dagelijks nam hij mij de afgelopen weken mee naar de fascinerende oude stadsdelen van Havana. Zijn verhalen raakten niet op, evenals mijn vragen.

De agent gebaart dat ik er weer bij mag komen staan. Ik weet inmiddels dat je in Cuba beter mee kunt werken.
‘Waar kent u deze man van?’
‘Hij geeft me taalles.’
Geen blik of bloos. ‘Waar krijgt u les?’
Opnieuw wordt Armado boos. ‘Als ze een Cubana was geweest, had je me dan ook aangehouden?’
Even laat de agent zich afleiden, maar wendt zich dan weer tot mij.
‘Ik logeer op een schooltje in Víbora’, antwoord ik.
De agent schrijft alles op zijn Grote Geheime Blocnote en stopt het in zijn tas.
‘U kunt gaan.’
Volgens Armado is er een minnetje achter zijn naam gezet, zoals al eerder is gebeurd, voor als ze hem een keer ergens op willen pakken. Hoeveel minnetjes is hij verwijderd van een nachtje bij de Castro’s?

Armado en ik gaan op een stoeprandje zitten, met als decor de prachtige, kleurrijke achtergrond van de door UNESCO gerenoveerde gebouwen. Hij legt me uit dat hij erg lijdt onder de discriminatie in dit land. Voor de zoveelste keer wordt hij geconfronteerd met zijn huidskleur en in zijn beleving genoot de politieagent ervan. Zou dat echt zo zijn? Zou deze agent ’s avonds tegen zijn vrouw zeggen, terwijl ze het eten op tafel zet: ‘Prima dagje mi amor, weer lekker een zwarte in z’n hempie gezet met een Europese toerist.’ Ik hoop vurig dat van niet. Ik kijk Armado aan en zie een beschadigde, oude man. Zijn gedrevenheid voor geschiedenisles is voor vandaag verdwenen. Met een brok in mijn keel gebaar ik dat ik zo terug ben. In de hoop hem wat op te vrolijken, haal ik twee tu Kola’s (Cuba’s enige echte eigen cola, als gevolg van het handelsverdrag met de VS) en twee broodjes perro caliente (hot dog) bij een raampje dat als snackbar fungeert. Hij glimlacht, maar zijn ogen staan triest en hij geeft me een klopje op mijn schouder: ‘Het is zo oneerlijk.’ Ik probeer de brok in mijn keel te laten smelten met mijn ijskoude tu Kola.

Ik val de afgelopen weken van de ene verbazing in de andere en begrijp ik steeds minder van dit land. Als je het mij vraagt, zijn de Castro’s het spoor bijster. Ik zie ze voor me tijdens hun dagelijkse bespreking, Ráoul aan het bed van Fidel, beide een bord arroz congri op schoot, pratend over nieuwe plannen. Zouden ze in staat zijn toe te geven dat ze er een zooitje van hebben gemaakt? Ik geloof in hun goede intenties, maar ze zijn onderweg het spoor bijster geraakt. Dit land intrigeert me mateloos. Vorig jaar (in 2009), tijdens mijn eerste bezoek aan Cuba, zag ik de highlights en kwam ik thuis met een niet te temmen nieuwsgierigheid. Ik wil dit eiland begrijpen, doorgronden, het naadje van de kous weten. Diverse documentaires, allerlei boeken en een aantal maanden later, krijg ik de kans om via Armado te ontdekken wat er achter die kleurrijkheid zit. Doordat hij me op sleeptouw neemt buiten de gebaande paden, begin ik steeds meer te zien hoe het Cubaanse volk voor de gek worden gehouden. Het doet me denken aan de The Truman Show. Er is zoveel tegenstrijdigs dat niet recht te praten is. En tegelijkertijd kan je niet níet van dit land houden. De salsabands en oude Chevrolets geven het eiland een unieke en vrolijke look, maar de enorme armoede en het gevangenschap die daarachter zitten is niet mis. Het is niet alleen letterlijk, maar ook figuurlijk een eiland…

Lieve Armado, misschien kun je beter, net als velen van je landgenoten, je mooie, karakteristieke koppie in het warme Caribische zand te steken en net doen alsof alles goed is. Steek een Cohiba op en schenk een Cuba Libre in: een groot glas tu Kola met een goede scheut rum, als symbool voor de toekomstdroom van een Cuba Libre, een vrij Cuba.

Het ga je zo, zo goed. Dank je wel.

De lieve niños van Guatemala

IMG_4399

Alles maakt herrie; de banden, de uitlaat, de stoelen, de toeter, zelfs de chauffeur – terwijl keiharde Reggaeton er bovenuit stampt door de krakende boksen. Kooien vol kakelende kippen, manden met versgebakken tortilla’s, een kind op moeders buik én rug – alles gaat mee. Waar ik ben? In een Chickenbus. Deze typisch Guatemalteekse bus brengt me dagelijks naar het stadje Ciudad Vieja, waar ik op de school ‘Nuestro Futuro’ (Onze Toekomst) kinderen begeleid bij hun huiswerk.

Zijn het die lekkere kauwgompjes in mijn tas of hebben ze écht zin om naar school te gaan? Zodra de kinderen me op straat in hun vizier hebben stormen ze enthousiast op me af. Stof van de zanderige wegen laait op en waait in hun zongetinte gezichtjes. Ze maken ruzie om wie mijn hand mag vasthouden tot aan het schoolplein waar ik – met inmiddels aan beide zijden een sliert kids – luid ontvangen word door de rest van de klas.
‘Carolinaaaaaaa!’
Een roep die nog vaak nagalmt in mijn gedachten.

Aan de kinderen ligt het niet, het is het besef van de ouders waar het aan ontbreekt. Waarom zou je je kinderen naar school sturen als ze ook geld kunnen verdienen? Vaak is papa met de noorderzon vertrokken, waardoor mama zich een ongeluk werkt en de kinderen moeten helpen in het huishouden. Na schooltijd is er dus niet veel tijd voor huiswerk en áls die er al is, is er weinig aandacht. Dus ik laat ze tekenen wat er leeft in hun binnenwereld, leer ze hun eerste woordjes schrijven en fiets er meteen wat sociale vaardigheden in. En ja, het zijn Latino’s, dus knuffelen doen we ook veel. Mijn geduld is nooit op en mijn knuffels al helemaal niet.

Al snel heb ik een aantal dikke vriendinnetjes, die me vol trots elke nieuwe regel met a’s in hun verfrommelde schriftjes komen laten zien. Het liedje zingen ze er enthousiast bij:
Avión avión, a, a, a.’
Maar sms moet ik wel 20 keer een avión (vliegtuig) nadoen en die rare letter op het bord aanwijzen.
Met haar vingertjes draaiend in haar vlechtjes peinst Erika op de letter die ik op haar blaadje heb geschreven. Plotseling laat ze met een enorme grijns een geluidje uit haar mond ontsnappen, maar het is niet de ‘a’. Hoe dring ik tot haar door? Gelukkig heb ik nog vele middagen de tijd om haar te ondersteunen, en na een aantal weken zie ik dan ook dat ze vooruit gaat.
Ook Lesby, een kleine krullenbol met knalbruine ogen, heeft veel aandacht nodig. Niet omdat ze de letters niet uit elkaar kan houden, maar omdat ze thuis van niemand complimenten krijgt.
En die kleine Juan Carlos, die dit jaar voor de tweede keer doet, laat met gemengde gevoelens zien dat hij al kan lezen. Want is het cool dat je dat kan, omdat je hier vorig jaar ook al zat?

Ik gebruik al mijn zintuigen; observeer, luister, kijk, voel en proef en doe wat ik denk dat de bedoeling is. Eigenlijk is alles goed, als ik er maar ben.

Op mijn laatste dag krijg ik een reusachtige poster, een gezamenlijk geproduceerd kunstwerk met alle namen erop. ‘Zodat ik ze nooit zal vergeten’. Ook zonder die poster zal ik dat niet doen…
Vet stoer doen natuurlijk, maar met dikke tranen stap ik de Chickenbus in naar huis.

¡Hasta pronto niños, les quiero mucho!

Meer info over de school ‘Nuestro Futuro’? Check Niños de Guatemala.

Hoezo Nederland(s)

Moeder de vrouw, met haar nonchalante-maar-toch-uiterst-verzorgde halflange haar, in zogenoemde casual friday werk-outfit, staat op het punt om te gaan koken in haar glimmende hypermoderne keuken voor manlief en 2,2 kinderen, als ze tot haar schrik ontdekt dat het al zó laat is.
‘Is het al zó laat?’

Er zit niets anders op: haastig kiept ze een zak voorgesneden broccoli, een handvol geschilde Hollandse krieltjes en een pak biologisch rundergehakt in de blender leeg, geeft een draai aan de knop, gooit het resultaat in vier grote glazen en brengt deze rennend naar de badkamer. Daar treft ze Vader, de haren van de kinderen wassend terwijl hij ze voorleest: ‘En ze leefden nog lang en gelukkig’. Enigszins hulpeloos kijkt hij Moeders aan, klapt het boek dicht en staat op. O god en de hond! Haastig wordt het mormeltje bij zijn blonde, krullende vacht gegrepen en uit het raam gehangen, waarna er een straal hondenpies ergens beneden op een toevallige passant belandt (dat laatste was niet echt zo, maar dat leek mij dan grappig). Vervolgens sjezen Vader en Moeder in sneltreinvaart naar de woonkamer, om nog net de eindtune van DWDD te horen.
‘Tussen zes en acht is het al druk genoeg’, bevestigt mevrouw Ziggo en ze maakt meteen even van de gelegenheid gebruik om interactieve televisie onder de aandacht te brengen.

Een uitermate confronterende, kloppende weergave van onze haastige, prestatiegerichte, binnenzit-cultuur. Een uitermate confronterende, onprettige weergave voor iemand die net terug is van een half jaar onthaasten, niet-hoeven-presteren en buiten leven in Latijns-Amerika en uit verveling de tv eens aanzet. Na maanden mañana mañana voelt deze reclame als een knellende lasso om mijn keel van een Indiaan uit de Ecuadoriaans jungle in de wetenschap dat hij me vanavond zal braden en oppeuzelen met de hele inheemse stam. Of te wel: het zweet breekt me uit. Geschokt druk ik op het powerknopje van de afstandsbediening en loop naar mijn spiegel in de gang. Twee wijdopengesperde ogen kijken me aan. Waarom ben ik eigenlijk teruggekomen? Vanaf nu ga ik het anders doen, besluit ik heftig knikkend en om mijn gelofte kracht bij te zetten, gis ik mijn rode lippenstift uit mijn nog onuitgepakte toilettas en schrijf in koeienletters op ooghoogte: mañana mañana <hartje>.

Nu, ruim een jaar later, maak ik de balans op:
– Minstens vier avonden per week maak ik me schuldig aan haastige kooktaferelen à la my-worst-nightmare-Ziggo-commercial, gevolgd door het verslinden van hele zakken M&M’s, waardoor ik 5 kilo zwaarder ben dan toen ik terugkwam.
– Iedere vrijdagavond zit ik compleet gefrustreerd op mijn meditatiekussen in mijn smalle gangetje te staren naar Boeddha als tegenhanger van mijn over elkaar heen tuimelde, stressy gedachten, terwijl ik liever ga salsadansen in een zweterige club vol donkere Latino’s wiens lange haren wild in mijn gezicht slaan.
– Opnieuw heb ik zo’n benauwende, saaie kantoorbaan aangenomen, terwijl ik die al zo vaak had afgezworen, en breng daarmee meer dan de helft van mijn tijd binnen door in plaats van buiten.

De Liefdevolle Boodschap op mijn spiegel is steeds verder weggevaagd. Het is dweilen met de kraan open: zijn waar je je niet meer zo thuis voelt en leven zoals je al lang niet meer wilt, terwijl je aan de andere kant de boel probeert op te lappen en recht probeert te trekken. Het is tijd om Mijn Liefdevolle Boodschap achterna te reizen. Plus de beeldschone Indianen, plakkerige rijst met bonen, dramatische kerkjes, gepassioneerde salsa, zwarte stranden, perzikzachte avocado’s, kikkergroene jungles, spirituele rituelen, knuffelbare kindertjes, statige berglandschappen, kleurrijke koloniale gebouwen en gastvrije moekes. En mijn oren weer elke dag te verwennen met de zangerige, oog-voor-detail-hebbende, romantische taal. Geen Nederlands, maar Spaans: de taal van Liefdevolle Boodschappen.

P.S.
Soms vragen mensen mij wel eens ‘of het geen vlucht is’.
‘Jawel’, zeg ik dan, ‘dat is het zeker. Een vlucht uit Nederland!’

Een beetje Cuba in Guatemala

Negen maanden zat hij vast in Cuba. Wat hij gedaan had? Niets in strijd met de wet, schijnt, maar het stond de overheid niet aan. Na zijn vrijlating voelde hij zich nog steeds gevangen. ‘Van het eerstvolgende internationale optreden keer ik niet meer terug’, beloofde hij zichzelf.

Zo stapt Ignacio Perez Borrel 13 jaar geleden uit de Buena Vista Social Club. Zijn bestemming bleek Antigua, een klein koloniaal stadje in Guatemala. Vlak daarna verlaten ook de drie helden Segundo, Ferrer en Gonzalez deze waanzinnige band, al gingen zij op een heel ander soort reis. Ze leven voort in vele harten.

Ignacio kun je nog wél live zien – en met hem praten. Ik wil dan ook niets liever als ik hem op straat zie lopen. Tijdens mijn dagelijkse route langs de typisch Antiguaanse huisjes, paard en wagens, fruitstalletjes en groepjes Indigenas, word ik plotseling van de stoep geblazen door zijn charisma: de warme, vriendelijke uitstraling van zijn donkere, twinkelende ogen en zijn stralende lach. Hij draagt een stijlvol crème-wit pak, gladgestreken maar toch nonchalant, afgemaakt met een wit zwarte hoed.

Al gauw kom ik erachter dat hij bij mij om de hoek woont, dus een beetje bij hem in de buurt rondhangen zou niet eens verdacht zijn. Ik ben dol op de muziek van de Buena Vista Social Club, wie had ooit kunnen denken dat ik één van de bandleden zou kunnen ontmoeten? Maar ik ben hier slechts drie maanden en heb het al druk genoeg met vrijwilligerswerk. Ik check de Que pasa, het magazine met events in de regio, en zoek op wanneer hij optreedt met zijn nieuw opgerichte Buena Vista de Corazón.
Twee dagen later zit ik met mijn vriendin aan een tafeltje bij Bar Ocelot, waar hij met zijn aanstekelijke Cubaanse energie op jambees zit te drummen en met zijn 67 jaar oude, rauwe stem onverstaanbare woorden in de microfoon blaast.
‘T’extraño, t’extraño amor’ (ik mis je, lief ) – af en toe komt er iets uit dat we verstaan.
Als het publiek luid applaudisseert weet ik dat dit het moment is. Mijn vriendin geeft me een laatste zetje en met kloppend hand loop ik naar hem toe.
Met zijn vriendelijke ogen kijkt hij me vragend aan:
‘Sí señorita?’
Nou eh, of ik hem een keer mag interviewen voor een boek dat ik ooit over Cuba wil schrijven.
‘Maar natuurlijk!’
Huppelend van opwinding loop ik terug naar m’n vriendin en laat haar vol trots het briefje zien waarop hij zijn telefoonnummer heeft gekrabbeld.

Met de zon op en in mijn koppie loop ik een week later over de scheve straattegels richting centrum. Kom ik aan bij het koffietentje, staat daar zo’n prachtige oude Cubaan op me te wachten…! Ik vind het best wel spannend.
De eerste tien minuten geloof ik niet dat ik hier, in El Refugio, koffie zit te drinken met Ignacio Perez Borrel himself. Maar al snel raak ik verzonken in zijn prachtige verhalen. Hij vertelt over zijn leven. Dat hij naar een optreden ging in Spanje. Hoe hij bij terugkomst gevangen werd genomen. Over zijn angsten. Zijn huwelijk. Zijn dochters. Even wordt hij emotioneel en ik voel me meteen schuldig dat ik zo ongegeneerd aan zijn lippen hang.

Maar het is OK. Zelfs zó OK dat hij aanbiedt om Congri voor me te koken, om verder in te gaan op mijn oneindige lijst met vragen. Zo volgen er, samen met andere nieuwe vrienden, nog vele koffiemomenten, wandelingen en optredens met flessen van zijn favoriete rode wijn (‘Goed voor mijn hart’). En dan, plotseling, zomaar, op een mooie dag als we in het park zitten, kijkt hij me aan, knijpt me in mijn arm en zegt:
‘Te quiero, Carolina’.
Ik schrik een beetje. Te quiero? Nu weet ik dat Latino’s vrij gemakkelijk hun liefde uiten, maar mijn Hollandse nuchterheid klopt even op de deur. Hoe ziet hij ons contact eigenlijk? Net als ik, als een bijzondere vriendschap of is er meer? Ik weet niet wat ik moet zeggen en lach maar vriendelijk. Hij is vrij om te uiten wat hij wil, ik laat het bij hem.

Maanden later zit ik in Nederland achter m’n laptop. Door de boxen van mijn cd-speler klinkt Ignacio: ‘T’extraño, t’extraño amor.’ Zijn schorre stem raakt me plotseling recht in mijn hart. Ik mis hem ook! Spontaan open ik mijn mail, ik heb hem simpelweg één ding te zeggen:
‘Ignacio, Te quiero.’