Een beetje Cuba in Guatemala

Negen maanden zat hij vast in Cuba. Wat hij gedaan had? Niets in strijd met de wet, schijnt, maar het stond de overheid niet aan. Na zijn vrijlating voelde hij zich nog steeds gevangen. ‘Van het eerstvolgende internationale optreden keer ik niet meer terug’, beloofde hij zichzelf.

Zo stapt Ignacio Perez Borrel 13 jaar geleden uit de Buena Vista Social Club. Zijn bestemming bleek Antigua, een klein koloniaal stadje in Guatemala. Vlak daarna verlaten ook de drie helden Segundo, Ferrer en Gonzalez deze waanzinnige band, al gingen zij op een heel ander soort reis. Ze leven voort in vele harten.

Ignacio kun je nog wél live zien – en met hem praten. Ik wil dan ook niets liever als ik hem op straat zie lopen. Tijdens mijn dagelijkse route langs de typisch Antiguaanse huisjes, paard en wagens, fruitstalletjes en groepjes Indigenas, word ik plotseling van de stoep geblazen door zijn charisma: de warme, vriendelijke uitstraling van zijn donkere, twinkelende ogen en zijn stralende lach. Hij draagt een stijlvol crème-wit pak, gladgestreken maar toch nonchalant, afgemaakt met een wit zwarte hoed.

Al gauw kom ik erachter dat hij bij mij om de hoek woont, dus een beetje bij hem in de buurt rondhangen zou niet eens verdacht zijn. Ik ben dol op de muziek van de Buena Vista Social Club, wie had ooit kunnen denken dat ik één van de bandleden zou kunnen ontmoeten? Maar ik ben hier slechts drie maanden en heb het al druk genoeg met vrijwilligerswerk. Ik check de Que pasa, het magazine met events in de regio, en zoek op wanneer hij optreedt met zijn nieuw opgerichte Buena Vista de Corazón.
Twee dagen later zit ik met mijn vriendin aan een tafeltje bij Bar Ocelot, waar hij met zijn aanstekelijke Cubaanse energie op jambees zit te drummen en met zijn 67 jaar oude, rauwe stem onverstaanbare woorden in de microfoon blaast.
‘T’extraño, t’extraño amor’ (ik mis je, lief ) – af en toe komt er iets uit dat we verstaan.
Als het publiek luid applaudisseert weet ik dat dit het moment is. Mijn vriendin geeft me een laatste zetje en met kloppend hand loop ik naar hem toe.
Met zijn vriendelijke ogen kijkt hij me vragend aan:
‘Sí señorita?’
Nou eh, of ik hem een keer mag interviewen voor een boek dat ik ooit over Cuba wil schrijven.
‘Maar natuurlijk!’
Huppelend van opwinding loop ik terug naar m’n vriendin en laat haar vol trots het briefje zien waarop hij zijn telefoonnummer heeft gekrabbeld.

Met de zon op en in mijn koppie loop ik een week later over de scheve straattegels richting centrum. Kom ik aan bij het koffietentje, staat daar zo’n prachtige oude Cubaan op me te wachten…! Ik vind het best wel spannend.
De eerste tien minuten geloof ik niet dat ik hier, in El Refugio, koffie zit te drinken met Ignacio Perez Borrel himself. Maar al snel raak ik verzonken in zijn prachtige verhalen. Hij vertelt over zijn leven. Dat hij naar een optreden ging in Spanje. Hoe hij bij terugkomst gevangen werd genomen. Over zijn angsten. Zijn huwelijk. Zijn dochters. Even wordt hij emotioneel en ik voel me meteen schuldig dat ik zo ongegeneerd aan zijn lippen hang.

Maar het is OK. Zelfs zó OK dat hij aanbiedt om Congri voor me te koken, om verder in te gaan op mijn oneindige lijst met vragen. Zo volgen er, samen met andere nieuwe vrienden, nog vele koffiemomenten, wandelingen en optredens met flessen van zijn favoriete rode wijn (‘Goed voor mijn hart’). En dan, plotseling, zomaar, op een mooie dag als we in het park zitten, kijkt hij me aan, knijpt me in mijn arm en zegt:
‘Te quiero, Carolina’.
Ik schrik een beetje. Te quiero? Nu weet ik dat Latino’s vrij gemakkelijk hun liefde uiten, maar mijn Hollandse nuchterheid klopt even op de deur. Hoe ziet hij ons contact eigenlijk? Net als ik, als een bijzondere vriendschap of is er meer? Ik weet niet wat ik moet zeggen en lach maar vriendelijk. Hij is vrij om te uiten wat hij wil, ik laat het bij hem.

Maanden later zit ik in Nederland achter m’n laptop. Door de boxen van mijn cd-speler klinkt Ignacio: ‘T’extraño, t’extraño amor.’ Zijn schorre stem raakt me plotseling recht in mijn hart. Ik mis hem ook! Spontaan open ik mijn mail, ik heb hem simpelweg één ding te zeggen:
‘Ignacio, Te quiero.’

Advertenties