De niños van de toekomst

IMG_4399

Alles maakt herrie; de banden, de uitlaat, de stoelen, de toeter, zelfs de chauffeur – terwijl keiharde Reggaeton er bovenuit stampt door de krakende boksen. Kooien vol kakelende kippen, manden met versgebakken tortilla’s, een kind op moeders buik én rug – alles gaat mee. Waar ik ben? In een Chickenbus. Deze typisch Guatemalteekse bus brengt me dagelijks naar het stadje Ciudad Vieja, waar ik op de school ‘Nuestro Futuro’ (Onze Toekomst) kinderen begeleid bij hun huiswerk.

Zijn het die lekkere kauwgompjes in mijn tas of hebben ze écht zin om naar school te gaan? Zodra de kinderen me op straat in hun vizier hebben stormen ze enthousiast op me af. Stof van de zanderige wegen laait op en waait in hun zongetinte gezichtjes. Ze maken ruzie om wie mijn hand mag vasthouden tot aan het schoolplein waar ik – met inmiddels aan beide zijden een sliert kids – luid ontvangen word door de rest van de klas.
‘Carolinaaaaaaa!’
Een roep die nog vaak nagalmt in mijn gedachten.

Aan de kinderen ligt het niet, het is het besef van de ouders waar het aan ontbreekt. Waarom zou je je kinderen naar school sturen als ze ook geld kunnen verdienen? Vaak is papa met de noorderzon vertrokken, waardoor mama zich een ongeluk werkt en de kinderen moeten helpen in het huishouden. Na schooltijd is er dus niet veel tijd voor huiswerk en áls die er al is, is er weinig aandacht. Dus ik laat ze tekenen wat er leeft in hun binnenwereld, leer ze hun eerste woordjes schrijven en fiets er meteen wat sociale vaardigheden in. En ja, het zijn Latino’s, dus knuffelen doen we ook veel. Mijn geduld is nooit op en mijn knuffels al helemaal niet.

Al snel heb ik een aantal dikke vriendinnetjes, die me vol trots elke nieuwe regel met a’s in hun verfrommelde schriftjes komen laten zien. Het liedje zingen ze er enthousiast bij:
Avión avión, a, a, a.’
Maar sms moet ik wel 20 keer een avión (vliegtuig) nadoen en die rare letter op het bord aanwijzen.
Met haar vingertjes draaiend in haar vlechtjes peinst Erika op de letter die ik op haar blaadje heb geschreven. Plotseling laat ze met een enorme grijns een geluidje uit haar mond ontsnappen, maar het is niet de ‘a’. Hoe dring ik tot haar door? Gelukkig heb ik nog vele middagen de tijd om haar te ondersteunen, en na een aantal weken zie ik dan ook dat ze vooruit gaat.
Ook Lesby, een kleine krullenbol met knalbruine ogen, heeft veel aandacht nodig. Niet omdat ze de letters niet uit elkaar kan houden, maar omdat ze thuis van niemand complimenten krijgt.
En die kleine Juan Carlos, die dit jaar voor de tweede keer doet, laat met gemengde gevoelens zien dat hij al kan lezen. Want is het cool dat je dat kan, omdat je hier vorig jaar ook al zat?

Ik gebruik al mijn zintuigen; observeer, luister, kijk, voel en proef en doe wat ik denk dat de bedoeling is. Eigenlijk is alles goed, als ik er maar ben.

Op mijn laatste dag krijg ik een reusachtige poster, een gezamenlijk geproduceerd kunstwerk met alle namen erop. ‘Zodat ik ze nooit zal vergeten’. Ook zonder die poster zal ik dat niet doen…
Vet stoer doen natuurlijk, maar met dikke tranen stap ik de Chickenbus in naar huis.

¡Hasta pronto niños, les quiero mucho!

Meer info over de school ‘Nuestro Futuro’? Check Niños de Guatemala.

Advertenties

Te quiero

Negen maanden zat hij vast in Cuba. Wat hij gedaan had? Niets in strijd met de wet, maar het stond de overheidsmacho’s niet aan. Na zijn vrijlating voelde hij zich nog steeds gevangen. ‘Van het eerstvolgende internationale optreden keer ik niet meer terug’, beloofde hij zichzelf.

Zo stapt Ignacio Perez Borrel 13 jaar geleden uit de Buena Vista Social Club. Zijn bestemming bleek Antigua, een klein koloniaal stadje in Guatemala. Vlak daarna verlaten ook de drie helden Segundo, Ferrer en Gonzalez deze waanzinnige band, al gingen zij op een heel ander soort reis. Ze leven voort in vele harten.

Ignacio kun je nog wél live zien – en aanraken. Ik wil dan ook niets liever als ik hem op straat zie lopen. Tijdens mijn dagelijkse route langs de typisch Antiguaans huisjes, paard en wagens, fruitstalletjes en groepjes Indigenas, word ik plotseling van de stoep geblazen door zijn charisma: de warme uitstraling van zijn donkere huid, zijn ogen, twinkelend en ondeugend. En die lach, vriendelijk en scabreus. Hij draagt een stijlvol crèmewit pak, gladgestreken maar toch nonchalant. Afgemaakt met een petje, een beetje scheef op zijn hoofd.

Al gauw kom ik erachter dat hij bij mij om de hoek woont, dus per-ongeluk-expres bij hem in de buurt rondhangen zou niet eens verdacht zijn. Maar ik ben hier slechts drie maanden en heb het al druk genoeg met vrijwilligerswerk. Ik check de Que pasa, het magazine met events in de regio, en zoek op wanneer hij optreedt met zijn nieuw opgerichte Buena Vista de Corazón.
Twee dagen later zit ik met mijn vriendin aan een tafeltje bij Bar Ocelot, waar hij met zijn aanstekelijke Cubaanse energie op jambees zit te drummen en met zijn 67 jaar oude, rauwe stem onverstaanbare woorden in de microfoon blaast.
‘T’extraño, t’extraño amor’ (ik mis je, lief ) – af en toe komt er iets uit dat we verstaan.
Als het publiek luid applaudisseert weet ik dat dit het moment is. Mijn vriendin geeft me een laatste zetje en met kloppend hand loop ik naar hem toe.
Met zijn vriendelijke ogen kijkt hij me vragend aan:
‘Sí señorita?’
Nou eh, dat ik ‘m dus iets wil vragen. Of ik hem een keer mag interviewen voor een meeslepende roman die ik over Cuba wil schrijven.
‘Maar natuurlijk!’
Bijna rennend van opwinding loop ik terug naar m’n vriendin en laat haar vol trots het briefje zien waarop hij zijn telefoonnummer heeft gekrabbeld.
Nog twee Mojito’s alsjeblieft.

Met de zon op en in mijn koppie dartel ik een week later over de scheve straattegels richting centrum. Kom ik aanlopen bij dat koffietentje, staat daar zo’n prachtige oude Cubaan op me te wachten.
De eerste tien minuten geloof ik niet dat ik hier, in mijn favoriete cafeetje El Refugio, koffie zit te drinken met Ignacio Perez Borrel himself. Maar al snel raak ik verzonken in zijn prachtige verhalen. Hij vertelt over zijn leven. Dat hij naar een optreden ging in Spanje. Hoe hij bij terugkomst gevangen werd genomen. Over zijn angsten. Zijn huwelijk. Zijn dochters. Even wordt hij emotioneel en ik voel me meteen schuldig dat ik zo ongegeneerd aan zijn lippen hang.

Maar het is OK. Zelfs zó OK dat hij aanbiedt om Congris voor me te koken, om verder in te gaan op mijn oneindige lijst met vragen.
Zo volgen er nog vele koffiemomenten, wandelingen en optredens met flessen van zijn favoriete rode wijn (‘Goed voor mijn hart’).
En dan, plotseling, zomaar, op een mooie dag als we in het park zitten, kijkt hij me aan, knijpt me in mijn arm en zegt:
‘Te quiero, Carolina’.
Ik schrik een beetje. Te quiero? Nu weet ik dat Latino’s vrij gemakkelijk hun liefde uiten, maar mijn Hollandse nuchterheid klopt even op de deur. Hoe ziet hij onze relatie eigenlijk? Net als ik, als een bijzondere vriendschap of is er meer? Ik weet niet wat ik moet zeggen.

Maanden later zit ik in Nederland achter m’n laptop. Door de boxen van mijn cd-speler klinkt Ignacio: ‘T’extraño, t’extraño amor.’ Zijn schorre stem raakt me plotseling recht in mijn hart. Ik mis hem ook! Spontaan open ik mijn mail, ik heb hem simpelweg één ding te zeggen:
‘Ignacio, Te quiero.’