I [heart] koffie

Pleur. Zwart goud. Leut. Troost. Bakkie. Slemp. Slobber. Negerzweet. 
Oftewel: koffie.

“Een cappuccino en een americano alsjeblieft”, zeg ik, met naast me mijn vriendin. Even later, genesteld in de hoek van de koffiebar met de warme kop cappuccino tussen mijn handen geklemd, luister ik naar haar verhaal. De nieuwste ontwikkelingen komen voorbij en details van een spannende reis passeren de revue. We maken volop plannen voor de toekomst. Dankzij de geur van de vers gezette koffie gelóven we in onze plannen. In de liefde. In het leven. In elkaar. Dit is er weer zo eentje, zo’n sfeerverhogende bak zwart goud. Door de damp heen kijk ik mijn vriendin diep in de ogen. Eventjes hou ik extra veel van haar.

Een verse dampende beker koffie haalt het beste in een mens naar boven. Koffie is altijd een excuus om iemand te ontmoeten. Om even stil te staan. De geur, die je neusvleugels zachtjes streelt, heelt alle wonden. De smaak: pittig, rauw, zacht en opwindend, maakt alles goed. Het smaakt naar hoop – ofzoiets. Dat we maar meer koffie mogen drinken, samen met de mensen van wie we houden.

Advertenties