Oh Boeddha, verlos mij van mijn verlangens

Stel dat het waar is wat Boeddha zegt, dat je meerdere levens hebt. Je gaat dood en wordt herboren, totdat je voldoende geleerd hebt en verlicht raakt. In ieder leven beoefen je zijn leer: volledig aanwezig zijn, met al je aandacht, open voor wat er is, zonder oordelen en verlangens. En op een dag ontwaak je.
Tja, Boeddha heeft makkelijk praten, hij herinnerde zich al zijn vorige levens. Hoe kan ik nou leren van eerdere daden als ik niet weet wat ik verkeerd gedaan heb?

Wel probeer ik al zo’n jaar of 10 iets op te steken van fouten in mijn huídige leven. Dat is al moeilijk genoeg. En dan bedoel ik geen dingen als de aanschaf van naaldhakken met een gouden randje die je toch nooit gaat dragen en eigenlijk niet eens kon betalen. Ik heb het over mannen. Liefde. Lust. Hunkeringen.
Oh Boeddha, wat moet ik toch met al die verlangens?

Voor de zoveelste keer in mijn leven ontmoet ik een man tot wie ik me aangetrokken voel. Ik kan met hem lachen, hij is lief. Filosoferend over het leven wandelen we hand in hand door de duinen. We zoenen elkaar voor het eerst terwijl de zon langzaam de zee in zakt. We bestellen er nog eentje. En nog een. Thuis luisteren we nog wat naar muziek en vallen in elkaars armen in slaap. Zo volgen vele weekendjes. Maar na een tijdje besef ik dat ook hij het niet is. Speeddaten duurt drie minuten, aandachtig daten drie ontmoetingen. Ik moet ermee stoppen. Maar mijn verlangens brengen me aan het twijfelen. We hebben het toch fijn, Hier en Nu? Wéér afscheid nemen, ik word er zo ongelukkig van.
Oh Boeddha, jouw wijsheid – mijn verlangens, ze gaan niet samen. Je levensvisie lonkt, maar tegelijkertijd weet ik niet of ik wel zonder verlangens wíl. Wat geeft mij anders richting?

Na het beëindigen van ook deze relatie, nestel ik mezelf in bed met Het Grote Boeddha Boek. Geen wijntje in mijn hand, maar groene thee, geen man tegen me aan, maar een zacht kussen. Alleen al door het lezen van jouw inzichten voel ik me beter. Je brengt me terug op het juiste pad.

Heel mindful bekijk ik de foto’s van het laatste hoofdstuk en leg het boek op mijn nachtkastje. Ik heb mijn missie weer helder: aandachtiger leven en bij mezelf blijven. Leren van mijn ervaringen. Hoe eerder ik verlicht zal zijn. Geen vervuilende gedachten meer als ‘onderweg naar de ware mag ik me toch wel vermaken’ en dat soort dingen. Ik begin alleen nog iets met mannen met wie ik denk te gaan trouwen.
Ik schenk mijn Boeddhabeeldje een brede glimlach en doe het licht uit.

Even later ontwaak ik, badend in het zweet. Verward kijk ik om me heen. Boeddha? Met zijn lange, zwarte krullen tegen zijn bezwete gezicht geplakt had hij me bemind, met al zijn aandacht. De hele nacht, vol verlangen, passie en liefde, onder de vijgenboom in India waar hij duizenden jaren geleden verlicht raakte. Ook ik was verlicht geraakt vannacht.

Lieve Boeddha, wil jíj met me trouwen?

Advertenties

Ik zen dus ik ben

Boeddha

Onrust, paniek en twijfels. Waar is mijn stabiele ik gebleven? Mijn zoektocht naar zen en zaligheid stuurt mij van het kastje naar de muur. Het is een heuvelachtig landschap van intense geluksgevoelens afgewisseld met hevige depressiviteit. Van driftige yogaposepogingen naar dansend op een feest met in de ene hand een peuk en in de andere champagne. Proberen stevig te aarden in het nu, resulteert in zweven tussen verleden en toekomst. Vanuit de overweging van een celibatair bestaan stort ik in de armen van een begerenswaardige man. En kan het wat minder met die prikkels alstublieft?
Ik ben diep ongelukkig.

Het is tijd om mijn leven te beteren. Vanaf nu ruil ik die opgefokte koffie in voor rustgevende thee en las ik elke dag een me-time moment in. Ik slaap alleen nog met mannen met wie ik een serieuze relatie wil en ik drink nooit meer te veel. Minstens twee keer per week ga ik me uitsloven in de sportschool en aan deadlines doe ik niet meer mee. Die destructieve gedachten als ik ‘weer eens in de verkeerde rij’ sta, moeten ook eens afgelopen zijn. Ik heb te weinig tijd voor mezelf, en als ik ’s een keer alleen ben, ben ik kapot.
Ik wil wat vaker zijn, in plaats van doen.
Het is tijd voor wat mindfulness in mijn leven.

Ik installeer mezelf op de bank met het boekje ‘Beter nu’, dat ik van mijn vriendin heb gekregen. Alleen al door erover te lezen word ik rustig. Wat een heerlijk vooruitzicht, ik als ontspannen mens, in balans. Ineens zit ik vol inspiratie over hoe mindfulness mijn leven gaat veranderen.

Ik haal een schriftje met ontspanningsoefeningen tevoorschijn, ga op de grond liggen en begin. Gedachten laat ik voorbij gaan als wolkjes, heel rustig. Althans, dat is mijn opdracht. Ze laten komen en gaan, zonder oordeel. Me richten op mijn ademhaling, lage ademhaling.

Ik denk aan die tekst die ik nog moet schrijven. Die had eigenlijk vorige week al af gemoeten. Wanneer moet ik dat in hemelsnaam doen? Van schrik open ik mijn ogen. Voor mijn neus zie ik mijn roze kastje. That reminds me, die wil ik nog schilderen. En ik bedenk me ook dat ik me moet oriënteren op een nieuwe laptop. Terug naar mijn ademhaling. Ik leg een hand op mijn buik. Dat rondje buikje, daar moet ik nodig iets aan doen, straks pas ik mijn lievelingsbroek niet meer en vindt niemand me meer aantrekkelijk. Over mannen gesproken, ik zou die ene leuke man nog terugbellen. IJverig stuur ik de aandacht naar mijn voeten, weg uit mijn hoofd. Mijn voeten zijn ijskoud. Ik moet pantoffels aan, anders kan ik me echt niet ontspannen. Dan zal het lukken, écht. Als ik weer ga liggen prikt er iets in mijn rug. Ik lig op m’n lipgloss. Niet vergeten om zonnebrand te kopen voor m’n reis! Ik vertrek al bijna…de hoeveelste is het eigenlijk? Ik kijk op de klok. Is het al zo laat?! Ik heb helemaal geen tijd om te mediteren!
Als een gek kom ik omhoog, negeer de sterretjes en ren de deur uit.
Mediteren… op vakantie ga ik het opnieuw proberen.