De kracht van stilte

Een hele dag stil zijn, in een groep. Zou jij het kunnen?

Ik lig in bed en luister naar de golven van de Middellandse zee, aan de zuidkust van Turkije. Als ik welterusten zeg tegen Brecht, mijn kamergenoot tijdens deze retraite, merk ik dat ik het best spannend vind: dit is voorlopig het laatste woord. Wat nou als er zich morgen iets aandient dat door de stilte overweldigend hard aan de oppervlakte komt? Een monster in mij dat zijn kans ziet om uit te breken?

De klok heeft net 6:00 uur geslagen en ik loop, gezicht nog in de kreukels, naar het strand. Er heerst een mysterieuze sfeer… We zijn zo gewend om meteen iets te zeggen, al is het maar goedemorgen. De stilte heeft iets magisch. Ik begeef me naar een open plekje in de kring en steek mijn handen uit om in het zand te gaan zitten.
‘Au!’
Ik vloek. Hardop.
De dag is nog nauwelijks begonnen of ik verbreek al de vredige stilte. Beschuldigend werp ik een blik op mijn hand en ontdek dat ik gestoken ben door een wesp! Ik ben meteen wakker. Ontwaakt. Niet te verwarren met De Ontwaakte – Boeddha – want mijn gedachten vliegen alle kanten op. Scherp en fris voel ik me niet. Wel kijk ik heel erg uit naar deze ervaring. Ik ben benieuwd hoe ik deze dag ga beleven.

Heb je er wel eens bij stilgestaan (ja, letterlijk :) ) hoeveel herrie je maakt door met je lepel je kom muesli leeg te schrapen? Als je mes je bord raakt? Het glas dat je op tafel zet na een luidruchtige slok? Vermenigvuldig dat met 14 (personen), inclusief het bijgeluid van het vermengen van speeksel met eten. Ook wel kauwen genoemd. De bediening van het hotel vindt ons maar stelletje rare figuren. Zij giechelen hardop in de keuken, wij in stilte aan tafel.

Dan begin ik langzaam te beseffen dat het enige dat me te doen staan is: zijn.

Tijdens onze wandeling door de bergen valt me op hoe wij human beings gewend zijn om continu te communiceren als we in groepsverband verkeren. Een paar keer wijs ik spontaan naar het uitzicht en open mijn mond om te zeggen hoe mooi ik het vind. Net op tijd pers ik mijn lippen op elkaar. Na een paar keer merk ik dat het óók fijn is om alleen te genieten van een mooi uitzicht. Toch voel ik de behoefte om het te delen.

Na een paar uur wandelen, begin ik wat onrustig te worden. Iedereen lijkt zich steeds meer in zichzelf te keren. Maar ik kan me niet uiten, mijn gedachten zitten gevangen in mijn hoofd en schreeuwen allemaal door elkaar. Zie je wel, monsters! Ik vóel ze bijna door mijn hoofd rennen.

Als we op onze bestemming aankomen, een mooi verlaten strandje, zoekt ieder zijn eigen plek. De één speelt wat met steentjes in de branding, de ander drijft op het zoute zeewater. Ik kijk wat ongemakkelijk om me heen. Na een tijdje besluit ik om gewoon maar te gaan zitten. Dan begin ik langzaam te beseffen dat het enige dat me te doen staan is: zijn. Ik word iets rustiger. In Nederland verlang ik zo vaak naar een eenvoudiger leven, nu is mijn kans om daar een dag van te genieten. Niemand zal mij storen in mijn proces, ik kan mijn telefoon niet checken en er is geen deurbel die zal gaan.

Langzaam begin ik van de stilte te genieten. Het gezamenlijk stil zijn creëert een sterke verbondenheid. Ik vind het nog steeds wat onwennig, maar het geruis van de golven en het staren naar de beweging ervan spoelen mijn gedachtestroom steeds verder naar de achtergrond. Ik neem alles intenser waar: geluiden, vormen, kleuren. Mijn ademhaling. En het feit dat er zich geen monsters in mij bevinden, maar dat dat slechts mijn ego is die een beetje aandacht wil. En dat die plek in mij, waar ik een beetje bang voor was om naartoe te gaan, heel fijn en veilig is. Het is er alles behalve donker, eng of mysterieus, ik ken hem gewoon nog niet zo goed. Ik zet mijn blik op oneindig en verbreek mijn meditatierecord.

’s Avonds zitten we om het kampvuur. Als afsluitingsritueel werpt iedereen er een stuk hout in dat symbool staat voor iets waar hij/zij afscheid van wil nemen. Met een voldaan gevoel gooi ik mijn angsten erin. Als de laatste geweest is, zou de stilte verbroken zijn. Maar niemand zegt iets. We willen zo graag nog even blijven in dit paradijsje van reinheid en rust. Dan geeft plotseling een blaffende hond het eindschot. Iedereen schiet spontaan in de lach. Ik voel me goed, een beetje verliefd zelfs. Alles stroomt. Na één dag stil zijn! De eerste woordenwisseling is zacht van volume, krachtig van energie en vol van liefde. Ik had verwacht te zullen schrikken van mijn eigen stem, maar hij is nog net zo vertrouwd als gisteravond.

Deze stiltedag een paar jaar geleden maakte veel indruk op mij. Het smaakte naar meer. Inmiddels, meerdere stille dagen later, zou ik zeggen: moet je ook eens doen :) 

Advertenties

Fladderen of aarden

Ik weet het nog goed. Ik ben 32 en ik ben in een crisis beland. De zogenaamde quarterlife crisis. Maar ik zit helemaal niet te wachten op stagnatie! Bovendien heb ik al genoeg crises achter de rug: relatiescrises, carrièrecrises, gezondheidscrises, woningcrises. Ik zie meer mensen van mijn leeftijd worstelen met dezelfde thema’s. We verlangen allemaal naar rust, temidden van de veelheid. Hoe komen we daar? 

Ik had ze wel gehoord, die alarmbellen. Maar ik negeerde ze, iedere keer weer. Ik zette gewoon m’n iPod wat harder. Met het gehele orkest belden ze aan, maar ik deed niet open. Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad. Toen ze ook thuis naast me op de bank gingen spelen en uiteindelijk pontificaal voor m’n beeldscherm gingen zitten op m’n werk, kon ik er niet meer omheen. Toen wist ik dat ik iets moest doen.

Ik was als de dood dat ik van een vlinder in een boom zou veranderen. Of erger nog: in een alien. 

Maar ik zat muurvast. Zó lang was ik gevlucht voor de signalen, zo lang had ik me verzet tegen die schreeuw om aandacht van m’n lichaam, ik was uitgeput. Keer op keer had ik niet thuis gegeven en nu kreeg ik dubbel en dwars de resultaten gepresenteerd. Op een dienblaadje. Geen zilveren, maar een donkergrijze. Zonder franjes.

Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad.

Uiteindelijk ben in de rollercoaster gestapt. Ik heb me suf gelezen, mediteerde dagelijks met Boeddha aan mijn zijde, praatte met goeroes tot ik er bij neerviel, heb mijn angsten aan in de ogen gekeken, en leren voelen, dat deed ik veel. Want in Nederland gaat het allemaal om dat brein, maar waar de vreugde zit is in het vóelen. We wonen in ons hoofd en denken dat daar de waarheid zit. Zoals velen die ik ontmoette op mijn weg, was ook ik in mijn bovenkamer gaan wonen om te overleven. Zakken mogen we, in ons lijf, uit onze gedachten. Afdalen naar ons bekkengebied en via ons bekken nog verder naar beneden: aarden. Daar vertoef ik steeds vaker en ik zie ook biij anderen hoe ze dat helpt om écht te leven… Zo fijn om te zien en te ervaren.

Zo ging ik langzaam terug naar huis. Thuis, waar ik altijd welkom ben. Mijn eigen huisje, dat ik altijd met me meedraag. En als de bel gaat, negeer ik ‘m niet. Wel kijk ik eerst even door het gaatje en beslis dan of ik open doe. En áls ik open doe, heet ik het bezoek van harte welkom. En zo fladderde ik via diezelfde deur weer naar buiten.

Al dat soul searching heeft écht zin. Zoals Stine Jansen zo mooi zei laatst in een interview: ‘Het is hard werken, die spiritualiteit, maar het helpt wel’ : )

Ik heb dit blog ook in het Engels vertaald. Lezen? Dat kan op deze pagina.

Ik zen dus ik ben

Stel dat het waar is wat Boeddha zegt, dat je meerdere levens hebt. Je gaat dood en wordt herboren, totdat je voldoende geleerd hebt en uiteindelijk verlicht raakt. In ieder leven beoefen je zijn levenskunst: volledig in het moment aanwezig zijn, open voor wat er is, zonder oordelen en verlangens. Tja, Boeddha heeft makkelijk praten, hij is verlicht. En hoe kan ik nou leren als ik niet bewust weet wat ik verkeerd gedaan heb?

Wel probeer ik al zo’n jaar of 10 iets op te steken van fouten in mijn huídige leven. Dat is al moeilijk genoeg. De aanschaf van naaldhakken met een gouden randje bijvoorbeeld, die je toch nooit gaat dragen en eigenlijk niet eens kon betalen. Of toch nog een wijntje, of het opnieuw proberen met die lieve leuke man. Maar wat me vooral niet lukt is genoeg rust ervaren in mijn leven. Het is tijd voor wat mindfulness.

Ik installeer mezelf op de bank met het boekje ‘Beter nu’, dat ik van mijn vriendin heb gekregen. Alleen al door erover te lezen word ik rustig. Het klinkt zo simpel! Wat een heerlijk vooruitzicht, ik als ontspannen mens, in balans. Ineens zit ik vol inspiratie over hoe mindfulness mijn leven gaat veranderen.

Ik haal een schriftje met ontspanningsoefeningen tevoorschijn, ga op de grond liggen en begin. Gedachten laat ik voorbij gaan als wolkjes, heel rustig. Althans, dat is mijn opdracht. Ze laten komen en gaan, zonder oordeel. Me richten op mijn ademhaling, lage ademhaling. Ik denk aan die tekst die ik nog moet schrijven. Die had eigenlijk vorige week al af gemoeten. Wanneer moet ik dat in hemelsnaam doen? Van schrik open ik mijn ogen. Voor mijn neus zie ik mijn roze kastje. That reminds me, die wil ik nog schilderen. En ik bedenk me ook dat ik me moet oriënteren op een nieuwe laptop. Terug naar mijn ademhaling. Ik leg een hand op mijn buik. Dat rondje buikje, daar moet ik nodig iets aan doen, straks pas ik mijn lievelingsbroek niet meer en vindt niemand me meer aantrekkelijk. IJverig stuur ik de aandacht naar mijn voeten, weg uit mijn hoofd. Mijn voeten zijn ijskoud. Ik moet pantoffels aan, anders kan ik me echt niet ontspannen. Dan zal het lukken, écht. Als ik weer ga liggen prikt er iets in mijn rug. Ik lig op m’n lipgloss. Niet vergeten om zonnebrand te kopen voor m’n reis! Ik vertrek al bijna…de hoeveelste is het eigenlijk? Ik kijk op de klok. Is het al zo laat?! Ik heb helemaal geen tijd om te mediteren!
Snel kom ik omhoog, negeer de sterretjes en ren de deur uit.
Mediteren… op vakantie ga ik het opnieuw proberen.

Onder de Spaanse zon staar ik naar de horizon en er verschijnt een zachte glimlach op mijn gezicht. Ik heb mijn missie weer helder: aandachtiger doen wat ik doe, veel buiten zijn en ademen – laag ademen. Zo met mijn blote voeten in het zand en kijkend naar de ondergaande zon lijkt het allemaal zo eenvoudig. Het drukke leven in Nederland vráágt ook meer om mindfulnes. Hier lijkt alles makkelijker. Nu is nu. Op dit moment zie ik het zo: het leren van mijn fouten gaat vanzelf, gaat altijd door, op een diepere laag. Bewust en onbewust. Als je van alles bewust zou zijn, zou het niet ‘werken’. Ik schenk het Boeddhabeeld naast me mijn brede glimlach en doe het licht uit. Ik hoef niet terug te kijken en ook niet precies te weten wat de toekomst brengt. Beter nu.