Boek: De authentieke vrouw

Hoe kan je als vrouw zowel je sensualiteit als je power ervaren? Wat is ons natuurlijke ritme? Hoe nemen we beslissingen vanuit onze diepe wijsheid in plaats van ons brein? Hoe voorkom je dat je je te veel aanpast en de verbinding met jezelf verliest? Allemaal vragen die steeds meer vrouwen bezig houden. Elske Feitsma schrijft erover in haar boek ‘De Authentiek vrouw’. 

Vanuit je vrouwelijkheid leven gaat niet over mooie jurkjes (ook :) ) of de rol die je zou moeten vervullen. Het gaat over de verbinding met jezelf. Met je bekken om precies te zijn. Authentiek zijn als vrouw heeft niets te maken met de buitenkant, maar is een innerlijke proces. Een uitdagend proces, vind ik. Want in ons prestatiegerichte landje worden we niet uitgenodigd of gestimuleerd om verbinding te maken met onze vrouwelijkheid. Veel vrouwen ervaren daardoor een gevoel van afgestomptheid. Ze voelen zich afgesneden van hun creatiekracht, hun zintuigen voelen murw en ze hebben weinig energie (including myself). Dat is toch niet de bedoeling?

“Elk orgaan draagt energetische wijsheid en de baarmoeder is sterk verbonden met de aarde, met de natuur, met onze vrouwelijke energie.”

Yogadocente en vrouwencoach Elske merkte dit op en besloot op onderzoek uit te gaan. Dat resulteerde in dit boek. Via de zeven chakra’s neemt ze de lezer mee langs verschillende thema’s: lijf, voeding, emoties, seksualiteit, identiteit, liefde, verbinding, creativiteit, zelfexpressie, intuïtie, authenticiteit & wijsheid. Ze gaat uitgebreid in op deze onderwerpen, deelt voorbeelden uit haar eigen leven & haar praktijk en reikt meditaties, visualisaties & schrijfopdrachten aan.

“Elk orgaan draagt energetische wijsheid en de baarmoeder is sterk verbonden met de aarde, met de natuur, met onze vrouwelijke energie”, aldus Elske. Als je hier nog nooit mee bezig bent geweest, klinkt dat misschien wat gek. Maar is het niet juist heel logisch? De aarde ís nieuw leven, net als je baarmoeder. Beide zijn gemaakt voor levenslust, geboorte, liefde, kleur en vuur! Elske vertelt dat je kunt leren waarnemen met je organen zoals je met je zintuigen doet. Zo is de baarmoeder ook een orgaan waarmee je dat kunt doen.

Laatst tijdens een superfijne women retreat werd ik me ineens bewust van die verbinding met de aarde. Het verraste en emotioneerde me. Alsof er een kwartje viel. Terwijl ik lekker in het gras lag, ervaarde ik tijdens een ademhalingsoefening in de groep hoe heerlijk het is om de verbondenheid te voelen met de energie van de aarde – met het leven zelf dus – en met andere vrouwen. Ik werd er rustig van. Deze verbinding kan je je alleen bewust worden via je bekken. Wanneer er energie door je onderbuik stroomt en de doorbloeding daar goed is, ervaar je levenskracht, intuïtie, wijsheid en vertrouwen Helaas wordt ons in het Westen wijs gemaakt dat onze wijsheid in onze mind te vinden is. Inmiddels is wel duidelijk dat we juist onze kracht verliezen als we daar de antwoorden zoeken. Het is tegelijkertijd ook te begrijpen dat we soms voor ons hoofd kiezen, want ons bekken is ook de plek waar we pijn opslaan, zoals seksueel trauma. Om dat niet te voelen, blijven we daar liever van weg. Dan lijkt onze bovenkamer een veilige plek.

Al lezend werd ik me bewuster van wat het in essentie betekent om vrouw te zijn en dat andere vrouwen soortgelijke ervaringen hebben. Ik werd er zowel blij als verdrietig van. Blij van de schoonheid van het vrouwelijke, verdrietig van hoe ver weg dat is geraakt bij velen. Het boek riep een gevoel van herkenning en erkenning op. Een soort van: hè hè. Ik voelde me aangesproken op mijn intuïtie. En op mijn verantwoordelijkheid zou ik haast zeggen. Dat het tijd is dat we elkaar wakker maken en die oerkracht weer gaan voelen. Zonder dat het zijig hoeft te zijn, is het fantastisch om dat met elkaar te delen. Daar hoef je echt geen lange wijde hippie-rokken voor aan te trekken, je okselhaar voor te laten groeien en uren bomen voor te knuffelen. Dat imago mag eraf :) Het zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn om je via je eigen vrouw-zijn te verbinden met andere vrouwen en met moeder aarde. In veel culturen (Latijns-Amerika, Afrika) ís dat het ook. Het aantal vrouwencirkels en rode tent-avonden is nog nooit zo groot geweest. Dat is natuurlijk niet voor niets…

Wat mij helpt is met blote voeten over het strand of door het bos lopen. Of gewoon lekker in het gras te liggen doet ook al goed. Zachte muziek werkt ook ondersteunend, mijn favorieten: Ajeet Kaur en Mirabai Ceiba.

Het is een wijs en toch eenvoudig boek over een serieus en prachtig onderwerp, dat wat mij betreft veel meer aandacht verdient! Ik gun het iedere vrouw om dit boek te lezen. Én iedere man :)

Meer Elske? www.yoginess.nl

 

Titel: De authentieke vrouw

Auteur: Elske Feitsma

ISBN: 9789082331110

Prijs: € 19,95 via Elske, € 23,90 via boekhandels

Advertenties

Boek: Streets of the world

Fotograaf Jeroen Swolfs reisde zeven (!) jaar over de wereld en stelde dit waanzinnig mooie boek samen met uit 195 hoofdsteden één foto. Ja één. Hoe leg je in vredesnaam een hoofdstad vast in één beeld? Hij pretendeert geen ‘compleet’ beeld te geven, het gaat hem om het delen van een straatbeeld. Want zoals hij het ziet: op straat gebeurt het.

Op straat komt alles samen. Op straat is het echte leven. Rijk en arm, jong en oud, iedereen versmelt op die ene plek. Daar ben ik het helemaal mee eens! Tijdens mijn reizen voelde ik me altijd het meest geïnspireerd op straat, tussen de locals, middenin de chaos, in het dagelijkse leven. In de ‘gewone’ (woon)wijk heb ik altijd de meeste interessante spontane gesprekken met oude mannetjes, eet ik de meest unieke snacks gewikkeld in de nationale krant en voel ik me het meest onderdeel van.

Ineens vraag ik me af wanneer ik voor het laatst de grens ben over gegaan…

Streets of the world echt een boek om van te houden. Groot en zwaar, met linnen gebonden. De cover bestaat uit vele vlaggen, die je lijkt te kunnen voelen. Persoonlijk vind ik het jammer dat er geen mooie, kleurige, rommelige, levendige (liefst Latijns-Amerikaanse) straat op de cover staat. Waarschijnlijk kon Jeroen geen keuze maken. Snap ik wel. Hij mocht per land ook al slechts één foto kiezen voor ín het boek.

Wat ik mooi vind aan Schwolfs’ stijl is dat zijn foto’s rauw zijn. Echt. Grof materiaal. Het gaat niet om het perfecte plaatje met de mooiste mensen/gebouwen/pleintjes en de meest creatieve kunstzinnigste effecten, maar om het delen van wat hij heeft gezien. Niets meer, niets minder. Ik hou van dit soort fotografie; ogenschijnlijk spontaan geschoten beelden, van een alledaags moment. Je hebt het gevoel dat je er zo in kunt stappen. Ook ik wil even in de rij staan bij een clubje leerlingen in Argentinië, mee-feesten met een groep dansers in Laos en vers fruit proeven op een typisch Afrikaanse markt. Juist omdat Jeroen geen focus legt op de schoonheid of een toeristische trekpleister, ben je er écht bij. In dat land, waar hij was. Dat maakt het een inspirerend en prikkelend boek.

Streets of the world is niet alleen ter inspiratie, maar ook ter informatie. Bij iedere foto, bij ieder land, staat allerlei leuks, zoals: met welk street food stil je je honger – want op straat wordt gegeten! – welke religies worden er beoefend en welke etniciteiten zijn er. Een zwaar boek, met een luchtige boodschap: reis, kijk en wees nieuwsgierig! Gewoon on the streets (of the world). Een heerlijke, dikke pil om je uren mee te vermaken, dromend over waar je volgende reis naartoe zal gaan…

Titel: Streets of the world
Auteur: Jeroen Swolfs
ISBN: 9789089897459
Prijs: € 39.95
Uitgeverij: Terra Lannoo

Fladderen of aarden

Ik weet het nog goed. Ik ben 32 en ik ben in een crisis beland. De zogenaamde quarterlife crisis. Maar ik zit helemaal niet te wachten op stagnatie! Bovendien heb ik al genoeg crises achter de rug: relatiescrises, carrièrecrises, gezondheidscrises, woningcrises. Ik zie meer mensen van mijn leeftijd worstelen met dezelfde thema’s. We verlangen allemaal naar rust, temidden van de veelheid. Hoe komen we daar? 

Ik had ze wel gehoord, die alarmbellen. Maar ik negeerde ze, iedere keer weer. Ik zette gewoon m’n iPod wat harder. Met het gehele orkest belden ze aan, maar ik deed niet open. Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad. Toen ze ook thuis naast me op de bank gingen spelen en uiteindelijk pontificaal voor m’n beeldscherm gingen zitten op m’n werk, kon ik er niet meer omheen. Toen wist ik dat ik iets moest doen.

Ik was als de dood dat ik van een vlinder in een boom zou veranderen. Of erger nog: in een alien. 

Maar ik zat muurvast. Zó lang was ik gevlucht voor de signalen, zo lang had ik me verzet tegen die schreeuw om aandacht van m’n lichaam, ik was uitgeput. Keer op keer had ik niet thuis gegeven en nu kreeg ik dubbel en dwars de resultaten gepresenteerd. Op een dienblaadje. Geen zilveren, maar een donkergrijze. Zonder franjes.

Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongegeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad.

Uiteindelijk ben in de rollercoaster gestapt. Ik heb me suf gelezen, mediteerde dagelijks met Boeddha aan mijn zijde, praatte met goeroes tot ik er bij neerviel, heb mijn angsten aan in de ogen gekeken, en leren voelen, dat deed ik veel. Want in Nederland gaat het allemaal om dat brein, maar waar de vreugde zit is in het vóelen. We wonen in ons hoofd en denken dat daar de waarheid zit. Zoals velen die ik ontmoette op mijn weg, was ook ik in mijn bovenkamer gaan wonen om te overleven. Zakken mogen we, in ons lijf, uit onze gedachten. Afdalen naar ons bekkengebied en via ons bekken nog verder naar beneden: aarden. Daar vertoef ik steeds vaker en ik zie ook biij anderen hoe ze dat helpt om écht te leven… Zo fijn om te zien en te ervaren.

Zo ging ik langzaam terug naar huis. Thuis, waar ik altijd welkom ben. Mijn eigen huisje, dat ik altijd met me meedraag. En als de bel gaat, negeer ik ‘m niet. Wel kijk ik eerst even door het gaatje en beslis dan of ik open doe. En áls ik open doe, heet ik het bezoek van harte welkom. En zo fladderde ik via diezelfde deur weer naar buiten.

Al dat soul searching heeft écht zin. Zoals Stine Jansen zo mooi zei laatst in een interview: ‘Het is hard werken, die spiritualiteit, maar het helpt wel’ : )

Ik heb dit blog ook in het Engels vertaald. Lezen? Dat kan op deze pagina.

Bolivia belivia

IMG_0413

Waar armoede is, is gevaar. Dat weet iedere doorgewinterde reiziger. Waar armoede is, zijn leugens. Ook dat weet je als reiziger. Maar persoonlijk zijn we er altijd heilig van overtuigd dat wij niet vallen voor kletspraat van arme locals die geld willen verdienen. Toch?

Zelfs niet in Bolivia, het armste land van Zuid-Amerika, waar ik samen met een Zwitsers verliefd stelletje nog helemaal high ben van een 3-daagse jeeptour over de witte, pure zoutvlaktes van Uyuni. Vanuit ons perspectief is alles en iedereen op dit moment zo puur als het witte zout, dus kopen we vol vertrouwen tickets voor de nachtbus bij een van de Indianenvrouwtjes op het ‘busstation’ (een rij gammele hutjes aan de rand van het dorp waar schreeuwende Bolivianen verfrommelde buskaartjes aan de man brengen). We kiezen voor het vrouwtje met de hardste stem en de zachtste prijs. Vanwege alle spookverhalen check ik nog even de veiligheid: ‘Is het OK om ’s nachts te reizen?’ Haar baby’tje én ons sussend, verzekert ze ons dat de chauffeur ons na een korte pauze op de busterminal van Potosí, waar hij bij ons zal blijven, keurig zal afleveren op de eindbestemming Sucre.
Vamos!

We slaan water en crackers in en wachten geduldig op onze bus. Rugtassen omgedoopt tot buiktassen, geld in onze moneybelt verstopt en zelfverzekerd uit onze ogen kijkend. Bankjes zijn er niet, dus we blijven staan en kletsen wat. Piepende bussen komen af en aan en stromen leeg met moeders met slapende baby’s op hun rug gebonden in prachtig gekleurde doeken. Passerende kinderen staren ons aan met hun nieuwsgierige, chocoladebruine oogjes. Een groepje oude mannetjes bekijkt ons uitgebreid en beginnen te smoezen. Langzaamaan, het is inmiddels donker, beginnen we ons minder op ons gemak te voelen. Is het niet toch beter om overdag te vertrekken? We denken alledrie hetzelfde, maar doen dat ook; we zeggen niks.

Er zijn verder alleen maar locals aan boord, wat zelden een goed teken is in een land als dit.

Uiteindelijk, 1,5 uur later, stopt er een roestig blik voor onze neus met een verfomfaaid papiertje in de vooruit: SUCRE. Het inpakritueel neemt ruim een half uur in beslag: ladingen plastic tassen, een gatenmand met 2 hanen, diverse muziekinstrumenten – alles gaat mee. Een deel wordt op het dak gebonden, al kiezen wij ervoor om onze tassen bij ons te houden. Ik neem plaats in een gerafeld bruin leren stoeltje, naast mijn partners in crime. Ik hou mijn adem in, bang dat het busje bij een zucht uit elkaar zal vallen. Er zijn verder alleen maar locals aan boord, wat zelden een goed teken is in een land als dit. Hun lijkt de stank niet op te vallen, maar ik word een beetje misselijk van de combi van lekkende benzine, een zurige zweetgeur en verbrande rijst.
Vamos!

Na een tijdje hortend en stotend pruttelen wordt de bus tot stilstand gebracht. De chauffeur stapt uit en verdwijnt in het donker. Niemand lijkt zich er iets van aan te trekken, behalve wij verwende reizigers, een vragende blik uitwisselend. De chauffeur moet vast even naar de wc. Plotseling wordt er hevig aan de bus gesjord. Oude mannetjes schrikken uit hun slaap. Tassen tuimelen over iedereen heen. De lampen gaan aan en uit. Wat is er aan de hand? Dan stapt de bestuurder weer in, schijnt met een zaklamp het gangpad in en neemt weer plaats. Welkom in Zuid-Amerika, waar je regelmatig niets snapt van waarom iets gaande is.
Vamos!

Iedereen maakt aanstalten om het voertuig te verlaten. Ook de chauffeur.

Ik weet dat de berglandschappen in Bolivia adembenemend zijn. Jammer dat ik slechts kan staren in de donkerte van de nacht. We stoppen af en toe om er wat mensen uit en in te laten en mogen op een vuilstortplaats onze behoefte doen (no, gracias).
Eindelijk komen we aan op het busstation in Potosí. Ik droomde het laatste stuk van zo’n lekker plakkerig Boliviaans chocoladecakeje van zo’n lokaal winkeltje, maar als ik naar buiten kijk kies ik toch maar weer voor een cracker uit mijn tas. Er liggen junkies op het met afval bezaaide asfalt te slapen en er lopen wat vage figuren rond. Verder staan er een paar krakkemikkige bussen geparkeerd. Iedereen, behalve drie donkere jongens met lange dreads, maakt aanstalten om het voertuig te verlaten. Ook de chauffeur.
‘Waar gaat u heen?’, vraag ik een beetje bezorgd.
‘Naar bed señorita, het is twee uur.’
‘Maar u zou bij ons blijven!’
‘Een collega zal u om 7 uur verder brengen.’
Oh, dat ticketvrouwtje…!
‘Voor niemand de deur open doen hè.’
Dus dit is de plek waar we de komende 6 uur moeten doorbrengen? Voorlopig zullen we nog niet aankomen op onze bestemming Sucre.
Een van de jongens, het blijken Colombiaanse muzikanten, ziet onze bezorgde koppies en start een gesprek. Volgens hem gaan er ook taxi’s naar Sucre, vanaf 4:00 uur. Ik overleg met de Zwitsers en we zijn het direct eens, om klokslag 4:00 uur zijn wij hier weg.

Als ik net een beetje in slaap begin te vallen op de harde stoel – handen om mijn bagage geklemd en gordijntje dicht om me te beschermen tegen de rondscharrelende mannetjes – schrik ik op van gebonk. Ik open mijn ogen en zie een grote man met een verdwaasde blik aan de deurknop trekken.
‘Doe open!’
Niet aankijken, niet aankijken.
‘Laat me er in!’
Wat als hij erin slaagt de deur te breken en zichzelf samen met zijn louche medebewoners van de busterminal binnen laat om ons te verkrachten en beroven? Een rilling kruipt over mijn rug. Ik gluur onder mijn geïmproviseerde dekentje naar mijn Zwitserse freunden en zie dat het meisje geschrokken iets in het oor van haar vriend fluistert. De Colombianen daarentegen zijn wel wat gewend, die liggen opgekruld in coma. Weer bonkt de dronkenlap op de deur en probeert de bus in beweging te zetten. Ik trek de doek verder over me heen. Ik heb het koud, ben moe en moet plassen. Ik heb in geen tijden zo naar een warme douche en een zacht bed verlangd.

Even later schrik ik opnieuw wakker van iemand die de bus in probeert te komen. Dit keer negeer ik hem, het is kwart over 4! Ik maak de Zwitsers wakker en stel voor om een taxi te zoeken. Als we naar buiten kijken is er geen auto te bekennen. De moed zakt me opnieuw in de schoenen. Maar even later zien we een glimmende witte Peugeot het terrein op rijden met een telefoonnummer op zijn deur. Als dat geen taxi is.
Vamos!

In onze privélimo gaan we richting Sucre, ‘de witte stad’. Net als de zoutvlaktes – wit, puur en schoon – precies waar ik behoefte aan heb. Maar eerst leg ik mijn hoofd in de zachte hoofdsteun om de komende uren te genieten van de mooie landschappen. Want soms gaat het niet om de bestemming, maar om de reis.

WROGA: schrijven met hart, huid en haar

Je nieuwste column schrijven terwijl je op je hoofd staat? Een inspirerende intro produceren voor je boek na een intensieve meditatie? Een mooi synoniem bedenken vanuit een rugtwist? Schrijfster en boeddhist Geertje Couwenbergh bedacht WROGA: een combinatie van WRiting en yOGA. Want waarom alleen schrijven vanuit je brein dat borrelt van over elkaar heen tuimelende gedachten? Je lijf, waar alle informatie in zit opgeslagen, waar woorden letterlijk voelbaar zijn, daar komen pas teksten uit.

Soms, als ik moe ben, weet ik een plastic koe niet van een echte te onderscheiden als ik door het boerenland fiets. Ik ben er niet helemaal bij. Daar gaat het bij WROGA om: aanwezig zijn. Je kunt je benen functioneel inzetten om het aantal kilometers te halen, net als je je vingers kunt gebruiken om het vereiste aantal woorden te typen. Maar wordt het dan een mooie rit, een spannend verhaal? Hoe kun je schrijven als je niet wakker bent, als je niet écht contact maakt met jezelf? Schrijven zonder gevoel is als een boekenplank zonder boeken, sex zonder the city, Bonny zonder Clyde, God zonder discipelen en een pen zonder papier.

Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee.

Mentale stretch
Omdat ik regelmatig schrijf, rek en strek ik graag mijn schrijfspieren. Ik lees boeken ter inspiratie, blijf op de hoogte van de nieuwste grammatica. Maar als er één ding is waar WROGA níet over gaat is het hoe je perfecte volzinnen maakt. Wat nou als je je héle lichaam rekt en strekt, voordat je je pen of laptop pakt? Bewust begint, even diep ademt en contact maakt met je innerlijke wijsheid? WROGA leert je om te luisteren naar je innerlijke stem. Naar je eerste, ruwe, pure gedachten. Zonder oordeel. Via je lichaam. Via je hele zijn; met hart, huid en haar. Dus daar zat ik op zondagavond tijdens de cursus, in creatieve posities, switchend van frustratie naar gelukzaligheid via onrust naar ontspanning. Met als gevolg dat ladingen naakte, ongecensureerde woorden uit mijn brein ontsnapten, die allemaal een plek wilden in mijn WROGA-boekje.

Buiten de lijntjes kleuren

Voorheen kroop ik nogal spontaan achter mijn laptop met een warme cappuccino tussen mijn handen geklemd, staarde een beetje in het niets en denk na waar ik over zou schrijven – overwegend of hier wel iemand op zou zitten te wachten, want mijn innerlijke criticus had altijd wel ergens commentaar op. ‘s Avonds haalde ik mijn dagboek met benauwende voorgedrukte lijntjes tevoorschijn en vulde met zo’n saaie blauwe Bic pen de pagina’s met hoe ontzettend naar dan wel euforisch het leven was. Tegenwoordig ben ik er meer bij en bestaat mijn nieuwe, zelf gestijlde schrijfboek zónder lijntjes uit levendige bladzijden met geplakte plaatjes uit tijdschriften, stickers, en teksten in allerlei kleuren. Heel WROGA. Ik ben weer wakker. Ik doe het met aandacht. Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee. Maar die 5 minuten in het niets staren met mijn laptop voor mijn neus, heb ik omgezet naar meditatie. Ik ben verzacht. Mijn Innerlijke Criticus komt steeds vaker zonder zweep, hij drinkt tegenwoordig een espresso’tje mee.

Gebruik je lijf
Of je nou nog nooit een yogamat hebt aangeraakt of wekelijks in de knoop ligt in de yogaschool… Of je je toetsenbord nou angstaanjagend vermijd of dagelijks enthousiast je pen kapot bijt tot je lippen blauw kleuren… Of je nou in je ouders’ vakantiehuisje in Italië aan je eerste roman werkt of gewoon meer plezier wilt beleven aan je dagboek… Schrijf met je lijf! Je hoeft absoluut geen yogi te zijn om WROGA te beoefenen. Maar pas op, voor je het weet ben je een wrogi.

Ga naar de website van Geertje Couwenbergh
De cursus WROGA is gebaseerd op haar boek ZIN, lust in je leven door schrijven: ISBN 9789020205169.

Rota Vincentina: natuurschoon en Zuid-Europese gastvrijheid


Hoog op mijn verlanglijst staat de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. De hele dag lopen, verhalen delenb met mensen van over de hele wereld… Nu heb ik het geluk mee te mogen met een persreis over een andere, mindere bekend pelgrimsroute: de Rota Vicentina. Deze nog vrij onontdekte Rota is een eeuwenoud pad langs de waanzinnig mooie kust van Alentejo in Zuid-Portugal. Pas sinds 2012 heropend voor publiek, nu al favoriet op mijn lijstje. Je hoeft geen ervaren wandelaar te zijn om deze tocht te doen. 

Tot voor kort moest ik altijd ver weg. Bij ‘het bekende’ vandaan, het liefst naar Latijns-Amerika. Heb jij ook die neiging, geef er eens níet aan toe, dan kan je wel eens aangenaam verrast worden! Na deze trip zie ik Alentejo als één van de mooiste regio’s van Europa. Wat een schoonheid en wat een heerlijke mensen! En geen massatoerisme.

Free as a bird
De Rota Vicentina heeft een totale lengte van 350 km en verbindt kaap Sint Vincentius, de meest zuidwestelijke punt van Portugal, met Santiago do Cacem. Hij loopt helemaal door beschermd natuurgebied. Vroeger trokken de Portugezen in de richting Cabo San Vincen – waar het graf van Sint Vincentius ligt – de patroonheilige van Lissabon. Er zijn goede kaarten beschikbaar en beide varianten van de route zijn overal gemarkeerd: de blauw-groene Fisherman’s Trail en de rood-witte Historical Route. Je bepaalt zelf hoeveel je per dag loopt en je kunt het helemaal regelen zoals je wilt: bagage meedragen of laten vervoeren, met gids of zonder gids, overnachten in luxe accommodaties of meer basic (al zijn de meeste wel zo’n € 80-120 per nacht per kamer). Het leuke van deze Rota is dat alles – maar dan ook alles – waar je tijdens je vakantie behoefte aan zou kunnen hebben, aan de route is gekoppeld is: Bed & Breakfasts, restaurants, gidsen, taxibedrijven en zelfs masseuses.

Wat is het toch altijd warm thuiskomen bij Zuid-Europeanen. Toch een beetje Latijns-Amerika :)

Impressie
Uitkijken over diepe, ruige kliffen boven de turquoise zee, wegdromen bij kleine verlaten baaitjes, een powernap doen tussen felkleurige bloemen in de duinen, rennen over uitgestrekte open vlaktes en dwalen door groene bossen waar schaapjes met je mee hobbelen. En dat in combinatie met beeldschone dorpjes waar je bijna de enige toerist bent en een spa’tje rood drinkt (voor nog geen euro) samen met karakteristieke oude mannetjes die hun dagen slijten in het café, nippend aan hun borreltje. Tel daar de gastvrijheid van de lokale B&B-eigenaren bij op en je wilt niet meer weg…

Gastvrijheid van Europese mix
De eerste dag lopen we vanaf het pittoreske vissersdorpje Porto Covo naar Ilha do Pessegueiro. De heerlijke zeewind blaast alle Nederlandse stress weg. Om 05:00 a.m. stond ik nog te staren naar de vertrekinformatie op Schiphol, nu om 05:00 p.m., staar ik naar de horizon bij B&B Herdade da Estacada en hoef ik nergens meer naartoe. De ruige Engelsman David en zijn goedlachse Portugese vrouw Maria ontvangen ons met ovenvers rozijnen-notenbrood, zoete frambozen en verfrissende limoenlimonade. Wat is het toch altijd warm thuiskomen bij Zuid-Europeanen. Toch een beetje Latijns-Amerika :)

Suppen & etend filosoferen
De volgende dag lopen we van Almograve naar Cabo Sardão, geheel langs de kustlijn. Ooievaarliefhebbers: dit gebied blijkt dé plek in Europa om ooievaars van dichtbij te zien. ’s Middags mogen we de nieuwste rage uitproberen: suppen. Bikini aan, op je surfboard stappen en dan staand een tochtje maken over de Mira-rivier in Vila Nova de Milfontes. In de avond genieten we in restaurant Tasca do Celso van verse zeevruchten en wijn en filosoferen we over het Portugese leven. Tevreden val ik in slaap in mijn riante bed in Monte do Zambujeiro, wederom een mooie B&B, met uitzicht op de Mira.

Ik staar naar de horizon en hoef ik nergens meer naartoe.

Toeristen tussen de locals
Ook per boot verkennen we de rivier, op de derde dag pruttelen we van Vila Nova de Milfontes naar Odemira. De Zwitserse vogelaar Rudolf – helemaal af met beige jasje, verrekijker om zijn nek en vogelboek in zijn hand – vertelt over de vele vogelsoorten die je hier vindt: de witte ooievaar, gele mus en de ijsvogel. Ook otters en schildpadden kun je hier tegenkomen. Later geeft Rudolf het stokje met een dikke knuffel over aan Ana, van Mundo Montado – alle betrokkenen van Rota Vicentina kennen elkaar – die ons meeneemt voor een relaxte wandeling naar Pego das Pias en daarna een culturele tour geeft door het schattige, kleurige dorpje Odemira. A Venda, zie ik staan bij een geel-wit balkonnetje en mijmer dromerig over het opknappen van dit pandje en het verruilen van het Utrecht voor een eenvoudig leven in Alentejo… We bezoeken de Nederlandse kunstenares-weefster Helena Loermans en de Argentijnse chocolademaakster Beatriz in haar Hans-en-Grietje-huisje, mmm! (Er zijn hier meer creatieve actividades mogelijk.) Tijdens het diner in campingrestaurant Costa Alentejana kijken we de WK-wedstrijd Nederland – Spanje en proosten samen met de Portugezen op de overwinning. Deze nacht is wat avontuurlijker: op Camping Sao Miguel heeft ieder een houten huisje midden in het bos!

Welness na wandelen
De laatste dag lopen we van Odeceixe naar São Teotónio. Tip: ga in het voor- of najaar en niet midden in de zomer! We spuiten elkaar nat uit onze 2 liter warm geworden waterflessen voor het idee, maar worden levend geroosterd op de open vlakte. Gelukkig spoelt een lome zwembad-namiddag de hitte weer weg bij Verdemar, een relaxte B&B, die me aan een Argentijnse Estancia doet denken: grazende paarden, rijen olijfbomen, de familie eet met de gasten. De Nederlandse Christine (die Nederlanders zitten ook overal) en Portugese kok Nuno trakteren ons op een diner en – natuurlijk – zalige Portugese wijn. Deze lekkere laatste dag sluit ik af met een massage van Judith, van Stress-Free-Zone, om lekker stress-free weer richting stress-full Nederland te gaan.

Ook de Rota Vicentina lopen? Kijk op visitalentejo.pt/nl en rotavicentina.com

Land Rover verovert land

mg_6982-copiar

Een jaar lang door Zuid-Amerika trekken in je eigen huis op wielen, met nog geen 4.000 dollar op zak. Vrijheid. Iedere dag een nieuw avontuur. En nog zacht voor het milieu ook. Onmogelijk? De Chileense hippie Jaime Silva bewijst dat het kan. Vanuit Chili is hij met zijn Land Rover El Gordo Fritanguero al door Peru, Ecuador en Colombia getrokken. En hij heeft nog dollars over. Wat het geheim is? El Gordo rijdt op plantaardige, gebruikte olijfolie.

Ik ontmoet de goedgehumeurde Jaime op de hoek van een straatje in Bogotá, als ik nieuwsgierig de kunst op zijn auto sta te inspecteren: 99% ACEITE VEGETAL RECICLADO. Jaime is een sterke verschijning: baardje met grijze haren van intensief leven, afgeranselde reizigerskleding, stevige wandelschoenen en een dikke zonnebril (het is avond). ‘Ik leg het je uit!, en hij opent enthousiast de motorkap om me in detail te vertellen hoe het werkt (iets waar ik me in dit verslag maar niet aan wijd). Als zijn zachte stem de ruimte krijgt en hij zijn bril afzet, onthult zich een vriendelijke Chileen met een stel felblauwe ogen.

Wie wil hem nou niet helpen?
Gebruikte olie vinden blijkt niet moeilijk. ‘Gewoon, restaurants binnenlopen en vragen of ze wat over hebben. De helft van de keren heb ik geluk. Daarnaast heb ik diverse sponsors, zoals twee Colombiaanse universiteiten die me 300 liter hebben geschonken.’ Hoe zou dat voelen, rijden op olijfolie?, vraag ik me af. Als Jaime de auto later stilzet bij een stoplicht, krijg ik spontaan zin in gebakken aardappels. Of is het een hamburger die ik ruik? Het is niet alleen de geur van eten, ook échte aardappels of een bord rijst met frigoles komen gratis tot Jaime, zo blijkt. De hele wereld nodigt hem uit aan de eettafel, iedereen wil hem leren kennen. Een fietser stopt en en tikt op het raampje. ‘U rijdt op olijfolie?!’ Jaime trekt een brede grijns, ‘zo gaat het de hele dag.’

Thuis
In de Land Rover is het goed toeven; er is een gezellig kookpitje, de achterbank vormt een knus bed, er wordt gerookt, geproost, gevreeën en er worden verhalen gedeeld. Oude en nieuwe vrienden hebben meegereisd in El Gordo en  hun sporen achtergelaten. Bij vertrek was de auto volledig kaal, inmiddels is hij volgeschilderd met kunst. (Als ik ook wil participeren ben ik van harte uitgenodigd. ‘Het moet wel mooi zijn, anders haal ik het gewoon weer weg.’) De buitendeuren zijn opgesierd door handen uit verschillende landen, de binnenkant van de deuren hangen vol met souvenirs uit alle hoeken van het continent – gezamenlijk vormen ze het bijzondere karakter van El Gordo Fritanguero.

Recycling
Het thema recycling is belangrijk voor Silva. ‘Onze wereld is het paradijs waar wij leven. Daar moeten we met respect en zorg mee omgaan. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe wij de aardbol achterlaten voor onze kinderen.’ Zijn huis in een klein dorpje in Chili, dat momenteel leeg staat, bestaat voor 80% uit gerecyclede artikelen. ‘Eerst was ik de gekke hippie, nu volgen mensen mijn voorbeeld en ervaren zelf de voordelen van recycling.’

Liefde voor de natuur
Wat nou als je naar de wc moet? ‘La pacha mama, oftewel Moeder Natuur, is één grote wc.’ (brede grijns)  Jaime zet met gemak zijn auto onder een boom om de nacht door te brengen. Hij komt alleen in een stad voor noodzakelijke inkopen, om vervolgens weer zo snel mogelijk de rust op te zoeken. ‘In steden kan ik mijn auto niet langs de kant parkeren en mijn ogen sluiten. Ik moet een parkeergarage opzoeken of rekenen op mijn medemens. Al werkt dat meestal prima. Gister nog, ontmoette ik een landgenoot, en vroeg hem om een douche. Uiteindelijk ben ik een week gebleven. Mensen zijn ongelofelijk gastvrij en behulpzaam. Niet alleen eten en een bed, ook onderdelen voor El Gordo worden me regelmatig aangeboden.’

Verbinding met de wereld
‘El Gordo geeft me de mogelijkheid om me te verbinden met mensen, met de wereld. Het is zijn uiterlijk dat ervoor zorgt dat mensen een gesprek met mij aanknopen. Al hebben wij wel een goede chemie, El Gordo en ik’, lacht hij en krabt even aan zijn baard. ‘Samen trekken we allerlei soorten mensen aan, rijk en arm. Via mijn auto heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt, veel geleerd, naar verhalen mogen luisteren en delen van mijn reis kunnen delen. Dat ben ik heel dankbaar voor.’

Reizen in het bloed
Hoe ontstaat nou het idee om zo’n bijzondere reis te maken? ‘Ik was altijd al de reiziger van de familie. De laatste vier jaar kom ik alleen af en toe thuis om geld te verdienen voor de volgende trip. Ik ben inmiddels in 28 landen geweest, in alle continenten behalve Afrika. Liftend, bij mensen thuis slapend, alles low budget. Ik heb ondervonden dat ik niet veel nodig heb. Op een dag ontmoette ik een Gringo*, die mij enthousiast vertelde over het rijden op olijfolie. Ik ontdekte dat het eigenlijk heel eenvoudig was. Iedereen verklaarde me voor gek. Gek of niet, hier ben ik nu, in Bogotá, na ruim 8 maanden toeren op aceite. Ik ga de wereld veroveren met mijn Land Rover.’

Vrijheid
‘Ze zeggen dat je in je leven een boek moet schrijven, een boom moet planten en een kind moet krijgen. Ik heb deze prachtboom geplant. Hij groeit elke dag. Deze manier van leven maakt me jong, ik barst van de energie. Veel mensen zeggen dat ze me benijden. Ze vinden het knap dat ik alles heb achtergelaten. Hoe zit het met mijn zekerheden?, vragen ze zich af. Het enige wat we zeker weten is dat we dood gaan. Als ik nu dood zou gaan sterf ik gelukkig. En wat is ‘alles’? Ik heb alles wat ik nodig heb. Ik ben tevreden. Voordat ik reisde was ik altijd gestrest. Ik verdiende goed, maar ging er lichamelijk bijna aan onderdoor. Nu ben ik vrij. Ik ben gelukkiger dan ooit.’ Angsten? Die heeft Jaime niet. ‘Waar zou ik bang voor moeten zijn? Ik hoef me geen zorgen te maken over materialistische zaken en ben free as a bird. Vrijheid kent geen prijs.’

* In Latijns-Amerika noemen ze van de Verenigde Staten (en vaak ook uit Europa) ‘Gringo’s’

Ik schreef dit verhaal ook in het Spaans (América del Sur en cuatro ruedas’).