WROGA: schrijven met hart, huid en haar

Je nieuwste column schrijven terwijl je op je hoofd staat? Een inspirerende intro produceren voor je boek na een intensieve meditatie? Een mooi synoniem bedenken vanuit een rugtwist? Schrijfster en boeddhist Geertje Couwenbergh bedacht WROGA: een combinatie van WRiting en yOGA. Want waarom alleen schrijven vanuit je brein dat borrelt van over elkaar heen tuimelende gedachten? Je lijf, waar alle informatie in zit opgeslagen, waar woorden letterlijk voelbaar zijn, daar komen pas teksten uit.

Soms, als ik moe ben, weet ik een plastic koe niet van een echte te onderscheiden als ik door het boerenland fiets. Ik ben er niet helemaal bij. Daar gaat het bij WROGA om: aanwezig zijn. Je kunt je benen functioneel inzetten om het aantal kilometers te halen, net als je je vingers kunt gebruiken om het vereiste aantal woorden te typen. Maar wordt het dan een mooie rit, een spannend verhaal? Hoe kun je schrijven als je niet wakker bent, als je niet écht contact maakt met jezelf? Schrijven zonder gevoel is als een boekenplank zonder boeken, sex zonder the city, Bonny zonder Clyde, God zonder discipelen en een pen zonder papier.

Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee.

Mentale stretch
Omdat ik regelmatig schrijf, rek en strek ik graag mijn schrijfspieren. Ik lees boeken ter inspiratie, blijf op de hoogte van de nieuwste grammatica. Maar als er één ding is waar WROGA níet over gaat is het hoe je perfecte volzinnen maakt. Wat nou als je je héle lichaam rekt en strekt, voordat je je pen of laptop pakt? Bewust begint, even diep ademt en contact maakt met je innerlijke wijsheid? WROGA leert je om te luisteren naar je innerlijke stem. Naar je eerste, ruwe, pure gedachten. Zonder oordeel. Via je lichaam. Via je hele zijn; met hart, huid en haar. Dus daar zat ik op zondagavond tijdens de cursus, in creatieve posities, switchend van frustratie naar gelukzaligheid via onrust naar ontspanning. Met als gevolg dat ladingen naakte, ongecensureerde woorden uit mijn brein ontsnapten, die allemaal een plek wilden in mijn WROGA-boekje.

Buiten de lijntjes kleuren

Voorheen kroop ik nogal spontaan achter mijn laptop met een warme cappuccino tussen mijn handen geklemd, staarde een beetje in het niets en denk na waar ik over zou schrijven – overwegend of hier wel iemand op zou zitten te wachten, want mijn innerlijke criticus had altijd wel ergens commentaar op. ‘s Avonds haalde ik mijn dagboek met benauwende voorgedrukte lijntjes tevoorschijn en vulde met zo’n saaie blauwe Bic pen de pagina’s met hoe ontzettend naar dan wel euforisch het leven was. Tegenwoordig ben ik er meer bij en bestaat mijn nieuwe, zelf gestijlde schrijfboek zónder lijntjes uit levendige bladzijden met geplakte plaatjes uit tijdschriften, stickers, en teksten in allerlei kleuren. Heel WROGA. Ik ben weer wakker. Ik doe het met aandacht. Of ik dan eerst mijn benen in mijn nek probeer te leggen? Nee. Maar die 5 minuten in het niets staren met mijn laptop voor mijn neus, heb ik omgezet naar meditatie. Ik ben verzacht. Mijn Innerlijke Criticus komt steeds vaker zonder zweep, hij drinkt tegenwoordig een espresso’tje mee.

Gebruik je lijf
Of je nou nog nooit een yogamat hebt aangeraakt of wekelijks in de knoop ligt in de yogaschool… Of je je toetsenbord nou angstaanjagend vermijd of dagelijks enthousiast je pen kapot bijt tot je lippen blauw kleuren… Of je nou in je ouders’ vakantiehuisje in Italië aan je eerste roman werkt of gewoon meer plezier wilt beleven aan je dagboek… Schrijf met je lijf! Je hoeft absoluut geen yogi te zijn om WROGA te beoefenen. Maar pas op, voor je het weet ben je een wrogi.

Ga naar de website van Geertje Couwenbergh
De cursus WROGA is gebaseerd op haar boek ZIN, lust in je leven door schrijven: ISBN 9789020205169.

Advertenties

Rota Vincentina: natuurschoon en Zuid-Europese gastvrijheid


In de top 10 van mijn bucketlist staat pelgrimsreis Santiago de Compostela. Maar omdat ik (nog) geen duidelijke spirituele reden heb, maakte ik eerst maar eens persreis Rota Vicentina. 

Deze nog onontdekte Rota (route) is een hersteld, eeuwenoud pad langs de waanzinnig mooie kust van Alentejo in Zuid-Portugal. Pas sinds 2012 open voor publiek, nu al favoriet op mijn lijstje: prachtige uitzichten over zee, rustige knusse dorpjes en ontzettend gastvrije locals. Dus geen hoger doel dienend, gewoon genietend van de natuur en Portugese wijn!

Lees het hele verhaal op Reisbijbel.nl

Land Rover verovert land

mg_6982-copiar

Een jaar lang door Zuid-Amerika trekken in je eigen huis op wielen, met nog geen 4.000 dollar op zak. Vrijheid. Iedere dag een nieuw avontuur. En nog zacht voor het milieu ook. Onmogelijk? De Chileense hippie Jaime Silva bewijst dat het kan. Vanuit Chili is hij met zijn Land Rover El Gordo Fritanguero al door Peru, Ecuador en Colombia getrokken. En hij heeft nog dollars over. Wat het geheim is? El Gordo rijdt op plantaardige, gebruikte olijfolie.

Ik ontmoet de goedgehumeurde Jaime op de hoek van een straatje in Bogotá, als ik nieuwsgierig de kunst op zijn auto sta te inspecteren: 99% ACEITE VEGETAL RECICLADO. Jaime is een sterke verschijning: baardje met grijze haren van intensief leven, afgeranselde reizigerskleding, stevige wandelschoenen en een dikke zonnebril (het is avond). ‘Ik leg het je uit!, en hij opent enthousiast de motorkap om me in detail te vertellen hoe het werkt (iets waar ik me in dit verslag maar niet aan wijd). Als zijn zachte stem de ruimte krijgt en hij zijn bril afzet, onthult zich een vriendelijke Chileen met een stel felblauwe ogen.

Wie wil hem nou niet helpen?
Gebruikte olie vinden blijkt niet moeilijk. ‘Gewoon, restaurants binnenlopen en vragen of ze wat over hebben. De helft van de keren heb ik geluk. Daarnaast heb ik diverse sponsors, zoals twee Colombiaanse universiteiten die me 300 liter hebben geschonken.’ Hoe zou dat voelen, rijden op olijfolie?, vraag ik me af. Als Jaime de auto later stilzet bij een stoplicht, krijg ik spontaan zin in gebakken aardappels. Of is het een hamburger die ik ruik? Het is niet alleen de geur van eten, ook échte aardappels of een bord rijst met frigoles komen gratis tot Jaime, zo blijkt. De hele wereld nodigt hem uit aan de eettafel, iedereen wil hem leren kennen. Een fietser stopt en en tikt op het raampje. ‘U rijdt op olijfolie?!’ Jaime trekt een brede grijns, ‘zo gaat het de hele dag.’

Thuis
In de Land Rover is het goed toeven; er is een gezellig kookpitje, de achterbank vormt een knus bed, er wordt gerookt, geproost, gevreeën en er worden verhalen gedeeld. Oude en nieuwe vrienden hebben meegereisd in El Gordo en  hun sporen achtergelaten. Bij vertrek was de auto volledig kaal, inmiddels is hij volgeschilderd met kunst. (Als ik ook wil participeren ben ik van harte uitgenodigd. ‘Het moet wel mooi zijn, anders haal ik het gewoon weer weg.’) De buitendeuren zijn opgesierd door handen uit verschillende landen, de binnenkant van de deuren hangen vol met souvenirs uit alle hoeken van het continent – gezamenlijk vormen ze het bijzondere karakter van El Gordo Fritanguero.

Recycling
Het thema recycling is belangrijk voor Silva. ‘Onze wereld is het paradijs waar wij leven. Daar moeten we met respect en zorg mee omgaan. Wij zijn verantwoordelijk voor hoe wij de aardbol achterlaten voor onze kinderen.’ Zijn huis in een klein dorpje in Chili, dat momenteel leeg staat, bestaat voor 80% uit gerecyclede artikelen. ‘Eerst was ik de gekke hippie, nu volgen mensen mijn voorbeeld en ervaren zelf de voordelen van recycling.’

Liefde voor de natuur
Wat nou als je naar de wc moet? ‘La pacha mama, oftewel Moeder Natuur, is één grote wc.’ (brede grijns)  Jaime zet met gemak zijn auto onder een boom om de nacht door te brengen. Hij komt alleen in een stad voor noodzakelijke inkopen, om vervolgens weer zo snel mogelijk de rust op te zoeken. ‘In steden kan ik mijn auto niet langs de kant parkeren en mijn ogen sluiten. Ik moet een parkeergarage opzoeken of rekenen op mijn medemens. Al werkt dat meestal prima. Gister nog, ontmoette ik een landgenoot, en vroeg hem om een douche. Uiteindelijk ben ik een week gebleven. Mensen zijn ongelofelijk gastvrij en behulpzaam. Niet alleen eten en een bed, ook onderdelen voor El Gordo worden me regelmatig aangeboden.’

Verbinding met de wereld
‘El Gordo geeft me de mogelijkheid om me te verbinden met mensen, met de wereld. Het is zijn uiterlijk dat ervoor zorgt dat mensen een gesprek met mij aanknopen. Al hebben wij wel een goede chemie, El Gordo en ik’, lacht hij en krabt even aan zijn baard. ‘Samen trekken we allerlei soorten mensen aan, rijk en arm. Via mijn auto heb ik veel nieuwe vrienden gemaakt, veel geleerd, naar verhalen mogen luisteren en delen van mijn reis kunnen delen. Dat ben ik heel dankbaar voor.’

Reizen in het bloed
Hoe ontstaat nou het idee om zo’n bijzondere reis te maken? ‘Ik was altijd al de reiziger van de familie. De laatste vier jaar kom ik alleen af en toe thuis om geld te verdienen voor de volgende trip. Ik ben inmiddels in 28 landen geweest, in alle continenten behalve Afrika. Liftend, bij mensen thuis slapend, alles low budget. Ik heb ondervonden dat ik niet veel nodig heb. Op een dag ontmoette ik een Gringo*, die mij enthousiast vertelde over het rijden op olijfolie. Ik ontdekte dat het eigenlijk heel eenvoudig was. Iedereen verklaarde me voor gek. Gek of niet, hier ben ik nu, in Bogotá, na ruim 8 maanden toeren op aceite. Ik ga de wereld veroveren met mijn Land Rover.’

Vrijheid
‘Ze zeggen dat je in je leven een boek moet schrijven, een boom moet planten en een kind moet krijgen. Ik heb deze prachtboom geplant. Hij groeit elke dag. Deze manier van leven maakt me jong, ik barst van de energie. Veel mensen zeggen dat ze me benijden. Ze vinden het knap dat ik alles heb achtergelaten. Hoe zit het met mijn zekerheden?, vragen ze zich af. Het enige wat we zeker weten is dat we dood gaan. Als ik nu dood zou gaan sterf ik gelukkig. En wat is ‘alles’? Ik heb alles wat ik nodig heb. Ik ben tevreden. Voordat ik reisde was ik altijd gestrest. Ik verdiende goed, maar ging er lichamelijk bijna aan onderdoor. Nu ben ik vrij. Ik ben gelukkiger dan ooit.’ Angsten? Die heeft Jaime niet. ‘Waar zou ik bang voor moeten zijn? Ik hoef me geen zorgen te maken over materialistische zaken en ben free as a bird. Vrijheid kent geen prijs.’

* Latino’s noemen inwoners van de Verenigde Staten Gringo’s

Ik schreef dit verhaal ook in het Spaans (América del Sur en cuatro ruedas’).
Bekijk ook de videoreportage, die ik maakte samen met Estudio Perfer

De angst van Fidel Castro

199433_185476498164039_3549539_n

Wat hij hier doet met mij, zo kletsend in een zijstraatje van Plaza Vieja.
De breedgeschouderde man, die zich nogal thuis voelt in zijn blauwe Cubaanse politieoutfit, kijkt mijn leraar Armado ongeduldig aan. Voor de vorm tikt hij met zijn voet op de versleten straattegels.
‘Mag een oude negro niet met een jonge vrouw over straat lopen?’
De agent neemt Armado kritisch op, van beige teenslippers tot krijtwit kroeshaar en levenslustige ogen, die twijfelachtig glimlachen. Vervolgens kijkt hij naar mij. 
‘Gaat u daar even staan, señorita?’

Als een braaf hondje druip ik af en ga ik onder een geveltje van een restaurant staan. Ik kijk toe hoe de dienaar van de gebroeders Castro tegenover Armado gaat staan en hem onderwerpt aan een serie vragen. Cuba doet er alles aan om het opkomende toerisme te laten groeien, maar is doodsbenauwd voor informatie-uitwisseling tussen locals en reizigers. De Castro’s zijn het spoor volledig bijster. Ik zie ze voor me tijdens hun dagelijkse bespreking, Ráoul aan het bed van Fidel, beide een bord rijst op schoot, elkaar – en vooral zichzelf – voor de gek houdend met nieuwe plannen. Zelfs hangend aan de schandpaal zouden ze nog niet toegeven dat ze er een zooitje van hebben gemaakt. Wat betreft discriminatie doen ze het geen haar beter dan dictator Batista.

Het is pure pesterij dit, maar ik weet inmiddels dat je in Cuba maar beter mee kunt werken.
Plotseling wordt het Armado te veel en hij verheft zijn stem. ‘Laat me met rust, ik laat haar gewoon de stad zien!’ Hij kijkt even mijn kant op. Uiterst rustig blokkeert de agent zijn blikveld. ‘U kunt beter gewoon mijn vragen beantwoorden.’
Ik zie Armado steeds kleiner worden. Hij heeft dit al vaak meegemaakt.
Een golf van mededogen komt over me heen. Deze oude man is me lief geworden in een korte tijd. Bijna dagelijks nam hij mij afgelopen maand mee naar de fascinerende oude stadsdelen van Havana. Zijn verhalen raakten niet op, evenals mijn vragen.

De agent gebaart dat ik er weer bij mag komen staan.
‘Waar kent u deze man van?’
Gaan we nu een spelletje spelen? Maar ik weet, al is dit eiland soms net de ‘Truman Show’, dit is serieus, ik moet niet bijdehand doen.
‘Hij is mijn leraar.’
Geen blik of bloos. ‘Waar krijgt u les?’
Opnieuw wordt Armado boos. ‘Wat nou als ze een Cubana was geweest, had je me dan ook aangehouden?’
Even laat de agent zich afleiden, maar wendt zich dan weer tot mij. Ik besluit om maar gewoon antwoord te geven en leg uit dat ik logeer op een schooltje in de wijk Víbora.
De agent schrijft alles op zijn Grote Geheime Blocnote en stopt het in zijn tas.
Zo, weer een minnetje achter Armado’s naam. Handig voor als ze hem een keer ergens op willen pakken. Hoeveel minnetjes is hij verwijderd van een nachtje bij de Revolutiebroeders?
‘U kunt gaan.’

Zal die man hier nou plezier in hebben? Wat zegt hij ’s avonds tegen zijn vrouw terwijl ze de bloemetjesgordijntjes dicht doen? ‘Prima dagje mi amor, weer lekker een zwarte in z’n hempie gezet met zo’n Europese toerist.’
Ik kijk Armado aan en zie een beschadigde, oude man. Zijn gedrevenheid om over de historie van Cuba te vertellen is verdwenen. Voor de zoveelste keer wordt hij geconfronteerd met, zoals het zelf zegt, zijn ‘zwart zijn’. Hij gaat op een stoeprandje zitten, met als decor de prachtige, kleurrijke achtergrond van de door UNESCO gerenoveerde gebouwen.
Met een brok in mijn keel gebaar ik dat ik zo terug ben. In de hoop hem wat op te vrolijken, breng ik twee frisse tu Kola (Cuba’s enige echte eigen cola, als gevolg van het handelsverdrag met de VS) en twee broodjes perro caliente (warme hond, oftewel hot dog) mee van een (k)raampje in een steegje. Hij glimlacht, maar zijn ogen staan triest en hij geeft me een klopje op mijn schouder: ‘Het is gewoon zo oneerlijk.’

Lieve Armado, misschien kun je beter, net als velen van je landgenoten, je kop in het warme Caribische zand te steken, een flinke Cohiba roken en een Cuba Libre inschenken. Een glas tu Kola met een goede scheut rum, als symbool voor de toekomstdroom van een Cuba Libre, een vrij Cuba.
Het ga je goed!

Be careful what you wish for

Als God een dj is, waarom draait hij dan niet even een plaatje voor mij? De enige plaat die ik op dit moment hoor is het geruis van de zee in combinatie met mijn snelle heartbeat. Keihard en onregelmatig, visioenen aanwakkerend dat ik uitgedroogd in het zand lig en pas word gevonden als er niets meer te redden valt. Ik voel mijn onderlip langzaam omkrullen en begin zachtjes te huilen.

Het begon allemaal met die vrolijke Thai en zijn groene bootje. Hij kon me wel ff naar dat rustige eilandje brengen.
‘You special friend, only 1000 Baht’, zei hij met een enorme grijns.
‘1000 Baht?! Gister bracht je collega me voor minder dan de helft naar hier.’
‘Maar dit is heeeel ver weg, miss.
Volgens mijn Lonley Planet  was de afstand net zo groot. Maar ik had het heet, was moe en verlangde naar rust. Ik wenste dat het eiland volledig onbewoond zou zijn.
‘OK, we gaan.’

Doorgaan met lezen “Be careful what you wish for”

Reizen in moeilijke landen, hoe doe je dat?

Deze maand geen column, maar een recensie van het (met stip mijn Top 3 binnengekomen) reisboek Universele reisgids voor moeilijke landen van Jelle Brandt Corstius. Omdat reizen in moeilijke landen gewoon het aller- aller- allerleukst is. 

Met tips voor alleenreizende vrouwen (‘doe een trouwring om’), hoe je omgaat met corruptie (‘het verschil tussen een bandiet en een agent is op veel plekken flinterdun’), wat je moet doen als je aan de diarree raakt (‘zorg dat je de buschauffeur te vriend houdt’), suggesties voor als je het echt niet meer weet (‘schaam je niet om thuis te komen met foto’s van witte stranden’), welke soorten ‘mannetjes’ er allemaal zijn (…) en wat goed is voor je reiskarma.

Check de recensie op reisbijbel.nl.

Communistische salsa

Tussen de massa taxichauffeurs die op me af stiert bij de uitgang van het vliegveld komt een exotische, donkere jongen op me af. Hij kijkt een stuk vriendelijker dan de medewerkster achter het oostblokachtige loketje bij de paspoortcontrole, waar ik vanuit alle kanten in de gaten werd gehouden door bewapende militairen.
‘Welkom in Cuba! Ik ben Antonio.’
‘Dank je wel!’ Ik ben Gelukkig.

Ongegeneerd doet hij een stapje achteruit en bekijkt me van pony tot rood gelakte teennagels.
‘Juan kon je niet ophalen’, zegt hij terwijl hij de deur van een gifgroene Lada voor me openhoudt.
Welkom in Latijns-Amerika: als Juan niet komt, komt Antonio wel – en anders José, Pedro of Ricardo.

Het mysterie dat Fidel Castro heet
Fidel’s helden Che Guevara en José Martí kijken me uitdrukkingsloos aan vanaf de grijze gebouwen als we het Plein van de Revolutie passeren. Beelden van Castro zelf zie ik nog niet, al verdenk ik hem ervan me te begluren vanuit de vele oldtimers die voorbij pruttelen. Fidel is always watching you. Bewonderend kijk ik naar de kunstige muurschilderingen met Hasta la victoria siempre en Hasta siempre (Altijd op weg naar de overwinning en Voor altijd), die me wijzen op de revolutie. Op het puntje van het Capitool wappert de Cubaanse vlag, trots en onverwoestbaar, al zit hij vol scheuren. Ik tik Antonio op zijn schouder en vraag hem de krakende salsa een tandje harder te zetten. Wat een stad! Opgewonden steek ik mijn hoofd uit het raampje en ga op in alle beweging: volgepropte retro bussen, oude auto’s in allerlei kleuren, rijen gammele fietsen, kaartspelende mannen met een glas rum in de ene en een sigaar in de andere hand, omringd door dartelende donkere vrouwen in mini-jurkjes. Terwijl vrouwen en auto’s hun kleurigheid graag showen, zijn vervallen gebouwen hun kleur op vele plekken kwijtgeraakt. Zonder verlies van charme. Havana is een beeldschone stad vol tegenstrijdigheden: Amerikaanse slee’s, Russische Trabantjes, Chinese fietsen en Nederlandse bussen. Maar vooral: Cubaanse passie.

Cuba Culinair
Antonio parkeert de Lada in een smal straatje tussen twee roestige Chryslers. Op de hoek speelt een groepje oude mannen in witte pakken de Cubaanse son. Vlinders kriebelen in mijn buik.
‘Kom, we gaan Congris eten!’, zegt Antonio opgewekt.
Weg vlinders.
Congris is hét Cubaanse gerecht: bruine rijst en bonen met een lap varkensvlees of kip eroverheen gedrapeerd. Iets wat ik al twee maanden in afgeleide varianten eet tijdens mijn reis door Latijns-Amerika. Waarom vinden Cubanen dat toch zo’n traktatie? Of is het omdat ze weinig keus hebben? Naast de producten uit de communistische bonnenboekjes is er weinig beschikbaar voor de bewoners van dit land, dat niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk een eiland is.

Het communisme – een illusie?
Bij een (k)raampje langs de weg met een verfrommelde menulijst erop geplakt doet Antonio onze uiterst gezonde bestelling.
‘Ik kom maar niet aan mijn dagelijkse twee ons groente’, flap ik eruit.
‘Je dagelijkse twee ons groente?’ Een vraagteken popt op boven zijn hoofd.
Als ik hem ‘De Schijf Van Vijf’ uitleg moet ik zelf net zo hard lachen als hij.
Rare Hollanders. Een regering die zich bemoeit met wat de bevolking eet.
Het Cubaanse regime houdt het volk op – laten we zeggen – heel andere vlakken in de gaten.

Snufje Nederland
Als later de auto niet wil starten, besluiten we het piepende Lada’tje te verruilen voor een piepende bus. Ik zie net nummer 49 richting Appingedam aankomen. Of zullen we de 22 naar Amsterdam nemen?
‘Er zijn ook moderne toeristenbussen met airco als je wilt’, zegt Antonio ongemakkelijk.
Fidel is in zijn poging een socialistische samenleving te creëren volledig de weg kwijt geraakt. Ik weet ook de weg niet, maar ik weet wel wat ik wil: the real Cuban experience.
‘Vamos!’

Liefde op het eerste gezicht
Appingedam blijkt synoniem voor Vibora, de wijk waar ik logeer. Als ik uitstap staat de moeder des huizes in gerafelde bloemetjesschort al op ons te wachten.
‘Hallo Carolina, welkom. Je zult wel honger hebben, ik heb Congris gemaakt!’
Mijn maag trekt samen. Dit keer niet van weerstand tegen rijst met bonen, maar van instant liefde voor deze stralende vrouw in deze geweldige stad. Het energieke, fascinerende Havana waar ik na een halve dag al meer van hou dan in mijn dromen.
Cuba: Hasta siempre

Ik schreef dit voor het reismagazine Reisbijbel.nl

DIt verhaal is ook in het Engels vertaald voor het KLM Blog.

Colombiaanse billen

Mooie, ronde, stevige billen om mee te pronken, dat willen wij vrouwen toch allemaal? IJverig trainen we onze bilspieren tot we erbij neer vallen en zodra het kan pakken we de fiets, we zijn tenslotte sterke Hollandse vrouwen. Maar toen ik in Colombia woonde, leerde ik een geheel andere visie op schoonheid kennen; waarom al die moeite doen als je dat setje rondingen gewoon voor je verjaardag kan vragen?

In Nederland leren we dat het goed is om ergens je best voor te doen. Het ís toch ook bevredigend dat je als je doel hebt bereikt, een beetje hebt moeten knokken? Als we verleidingen hebben weten te weerstaan voelen we ons apetrots. Daar doen we het allemaal voor, dat mentaal en fysiek zweten bij BBB, om sterker en gezonder te worden. En voor die mooie stevige billen natuurlijk. Maar wat als we helemaal geen moeite zouden hoeven doen? Als het enige wat we nodig zouden hebben een stevige bankrekening is? Een nachtje onder narcose en als ontbijt: je nieuwe J. Lo billen in de spiegel.

Billen gaan voor
Ik zit op een stoepje in Cali, dé salsastad van Colombia. Voor mijn neus stapt een duo enorme, ronde billen uit een taxi. Direct daarna verschijnt de bijbehorende prachtige vrouw, die haar lange zwarte haar flirterig de lucht in zwaait. In dit land hebben ze dan wel geen BBB maar wel SALSA. Siliconen of salsa, ik zou het wel weten, maar in Colombia is plastische chirurgie heel gewoon.

Billen, Borsten & andere Bollingen
Europese vrouwen leren dat een man je moet waarderen om wie we je bent. Om je brains én je mooie billen. Maar in Colombia (vooral in Cali) staat schoonheid van vrouwen in een ander perspectief. Daar besteedt een vrouw haar laatste peso bijna liever in de beautysalon dan op de fruitmarkt. Families die iets meer geld hebben – niet eens zó veel meer – gaan naar de plastisch chirurg alsof het de tandarts is. Victor, een Colombiaan met wie ik eens mijn verbazing hierover deelde, vertelde dat meisjes voor hun 15e verjaardag (een belangrijk moment in de Latijns-Amerikaanse cultuur) tegenwoordig een borst- of bilvergroting willen in plaats van een reisje naar de Caribische kust. Tot mijn verwondering voegde hij er aan toe dat hij het moedig vindt als een vrouw zo’n operatie doet: ‘Doet hartstikke pijn hoor!’ Tja, wie mooi wil zijn moet pijn lijden.

Angstzweet of sportzweet?
Omdat chirurgie zo toegankelijk is in Colombia, ben ik bang dat vrouwen verliezen wat er écht toe doet. Ze leren daarnaast minder wat het is om moeite te doen voor een mooi en gezond lichaam. Ook mij werden glimmende, roze flyertjes voorgehouden. Al zou ik pesos toe krijgen, mij niet gezien. Het zweet breekt me al uit bij het idee. Ik zweet liever bij BBB, lekker veilig, gezond en met een trots gevoel over mijn échte ronde billen als resultaat.

Ik schreef dit verhaal voor de healthclub BBB Health Boutique.