Kleur bekennen

Heb jij wel eens gemerkt wat kleur met je doet; in je woonruimte, de kleding die je draagt, bij wat je eet of als je op een bepaalde plek bent? Het effect is groter dan je misschien denkt. Het is bewezen dat kleuren een sterke invloed hebben op onze gedachten, stemming, ademhaling, lichaamstemperatuur en bloeddruk. Je immuunsysteem reageert daardoor dus ook op kleuren. Geweldig toch?

Ik merkte het een paar jaar geleden. Ik was een half jaar in Zuid-Amerika geweest, waar opvallend veel mensen tegen me hadden gezegd dat ik zo veel zwart droeg. Ik was me daar wel bewust van, maar ik vond het ‘gewoon mooi’. Toch had dat me wakker geschud en aan het denken gezet. Toen ik vervolgens bij thuiskomst de deur open deed, viel me ineens op hoeveel zwarte spullen ik in huis had staan! Kaarsenstandaards, fotolijsten, ladekast, fruitschaal, bank – you name it. Maar ook mijn koffer, fiets en zelfs mijn perforator vond ik ineens zó donker. Ik voelde een golf van inspiratie om zoveel mogelijk zwarte spullen te vervangen door wit, kleur en hout.

Hoe wil ik me voelen? Wat wil ik uitdragen?

Dat moment zette een bewustwording in werking van het effect van kleur in mijn leven. Alsof er een lichtje was aangegaan. Ik startte een onderzoek :) Waar staat welke kleur voor – volgens de reclamemakers, psychologen en goeroes, maar vooral: voor mij? Wat roepen specifieke kleuren in mij op, waar doen ze me aan denken? Aan welke geuren herinneren bepaalde kleuren mij? Welke ervaar ik als activerend, welke als ontspannend? Bij welke kleur wil ik dichtbij zijn of juist ver weg? Hoe wil ik me voelen? Wat wil ik uitdragen?

Dit had niet alleen als resultaat dat mijn huis een metamorfose onderging, maar het heeft zich door getrokken naar alle aspecten van mijn leven. De woonkamer is inmiddels retro groen en okergeel, wat me een gevoel geeft van nostalgie, aarding en veiligheid, en de slaapkamer is helemaal wit, voor reinheid en rust. Als ik nu iets zwarts aantrek, wil ik minimaal een bloem in mijn haar en ik heb mijn groene kledingstukken door rode vervangen, waarin ik me veel vrouwelijker voel. Ook pak ik tegenwoordig intuïtiever kleding uit mijn kast op basis van mijn stemming, die ik daarmee kan ondersteunen of zelfs versterken. Maar het gaat verder: sinds ik mijn boeken op kleur heb gesorteerd, zijn ze niet alleen los, maar ook als geheel een kunstwerk om naar te kijken. Ik ben expres meer kleuren gaan eten, wat serieus een gezonde sensatie bij mij aanwakkert (met als uitzondering 85% pure chocola, very very dark). Mijn administratiemap heb ik beplakt met kleurrijke stickers – I love stickers! En ik loop tegenwoordig veel vaker op kleuren af in een winkel in plaats van op het donkere zwart.

Op de momenten dat ik me somber voel, kan dat in ieder geval niet liggen aan mijn zwarte spijkerbroek of woonaccessoires (en sowieso niet aan de chocola :) ).

Tegenwoordig beleef ik kleuren echt. Met hun betekenis. Het is alsof ik de kleurrijkheid, creativiteit en wijsheid in mezelf daarmee heb geactiveerd. Kleuren zetten bepaalde knoppen aan, en als je de juiste kleur hebt gevonden kan dat onwijs veel in gang zetten in je leven (denk maar aan de kleuren die worden toegekend aan chakra’s). Kleuren hebben meer effect op je dan je je misschien bewust bent. Ze kunnen je succes brengen, verliefd maken, een depressie bezorgen, openen, hoop geven, vervullen, gek maken, opwinden, weg doen rennen, laten dansen en alles er tussenin. Via kleuren kan je prachtige zintuigenreizen maken :)

Klinkt dat allemaal een beetje tuttig, meisjesachtig, onzinnig, vaag of zweverig? 

Ga eens kijken hoe dat bij jou zit. Het is echt leuk.

  • Is er een specifieke kleur die vaak terugkomt in je kleding, waar staat die voor jou voor en hoe ervaar je dat?
  • Trek verschillende kleuren bovenkleding aan en kijk in de spiegel zónder dat je het kledingstuk zelf ziet (dus bekijk jezelf vanaf je gezicht). Verandert je uitstraling bij de verschillende kleuren?
  • Hoe voel jij je als je je omringt met bepaalde/andere kleuren in je huis?
  • Verandert jouw stemming als je een tijdje naar rood / geel / paars / roze / groen / blauw / oranje / bruin / zwart / … staart?
  • Kijk eens naar (oude) foto’s en voel wat de sfeer bij je oproept.
  • Ga naar buiten en focus je op de kleuren in de natuur – wat doet dat met je?
  • Raak met je ogen dicht drie verschillende paprika’s aan en probeer de kleur te raden.

Enjoy! 

Advertenties

Dans!

7427ea21094f13e19c2f13

Ken je dat gevoel dat je weet ‘dat het goed is’? Geen weten vanuit je hoofd, maar een dieper, intuïtief weten. Misschien voel je het in je buik als een lekkere warme gloed, of maakt je hart een sprongetje. Je kan het ook ervaren als intense vredigheid, een bepaalde kalmte, waar je zachtjes van gaat zitten ja-knikken. Dan zit je op het goede pad. Je bent verbonden met de wijsheid in jou, die je vertelt dat het klopt – voor jou.

Door een hoop trial and error weet ik inmiddels dat het mijn lichaam is dat feilloos weet of iets klopt of niet. Niet mijn hoofd. Mijn hart weet het en maakt het lichamelijk voelbaar. Ik ervaar dat als een ‘lekkere smaak in mijn buik’. Een soort zoetheid die ik kan voelen in mijn buikgebied. Heerlijk!

Het hart fluistert, dus dat vereist stilte… En dat is spannend.

Maar mijn bovenkamer vindt dat eng en pompt naarstig allerlei ‘ja-maar’-gedachten rond, met het idee controle te houden. Dat vindt ons hoofdje lekker; de touwtjes in handen hebben, dan kan er niks mis gaan. Maar wat is ‘mis gaan’? Als je te veel naar je hoofd luistert, gaat het júist mis en raak je uitgeput. In Nederland leren we om vooral waarde te hechten aan onze mind, dus is er lef nodig om je te verbinden met je hart. En het hart fluistert, dus dat vereist stilte. En dat is spannend.

Ik merk dat als ik me met mijn hart verbind – wat mij ook echt niet altijd zo maar lukt – dat ik vertrouwen voel. Verbinden doe ik bijvoorbeeld door te schrijven of te dansen. Zonder doel, zonder regels, zonder beoogd resultaat. Gewoon mijn pen laten bewegen via mijn handen (‘de tentakels van mijn hart’, zoals mijn lieve docente Helma ze eens noemde, mooi hè) en mijn voeten laten heengaan waar ze willen. Ik kom dan in een flow… Het valt me op dat ik vervolgens vaak ook meer ga dóen wat goed is voor mij, in míjn leven. Het gaat meer vanzelf. Ik denk minder na. Ik noem dat ook wel ‘trillen op mijn natuurlijke frequentie’. Schrijvend op het ritme van mijn hart en dansend op de golven van het leven.

Eén van mijn favoriete uitspraken in het Spaans is:

Mi plan es bailar hasta que todo se solucione.
Mijn plan is: dansen totdat alles is opgelost.

Dansen is hét medicijn voor mij. Al dansend kan mijn hoofd zich er simpelweg niet mee bemoeien. Er is alleen voelen. Overgave. Zijn. En dan hoeft er ineens helemaal niets meer te worden opgelost. Als ik dans word ik me bewust van mijn lichaam en dat geeft mij de bevestiging dat écht het enige is dat we hebben het nu is. Door dat contact met mijn lijf zak ik van mijn hoofd naar mijn bekken en voel ik me zowel veilig als vrij. Al mijn cellen gaan glimlachen en trillen – op míjn unieke frequentie.

De kracht van stilte

Een hele dag stil zijn, in een groep. Zou jij het kunnen?

Ik lig in bed en luister naar de golven van de Middellandse zee, aan de zuidkust van Turkije. Als ik welterusten zeg tegen Brecht, mijn kamergenoot tijdens deze retraite, merk ik dat ik het best spannend vind: dit is voorlopig het laatste woord. Wat nou als er zich morgen iets aandient dat door de stilte overweldigend hard aan de oppervlakte komt? Een monster in mij dat zijn kans ziet om uit te breken?

De klok heeft net 6:00 uur geslagen en ik loop, gezicht nog in de kreukels, naar het strand. Er heerst een mysterieuze sfeer… We zijn zo gewend om meteen iets te zeggen, al is het maar goedemorgen. De stilte heeft iets magisch. Ik begeef me naar een open plekje in de kring en steek mijn handen uit om in het zand te gaan zitten.
‘Au!’
Ik vloek. Hardop.
De dag is nog nauwelijks begonnen of ik verbreek al de vredige stilte. Beschuldigend werp ik een blik op mijn hand en ontdek dat ik gestoken ben door een wesp! Ik ben meteen wakker. Ontwaakt. Niet te verwarren met De Ontwaakte – Boeddha – want mijn gedachten vliegen alle kanten op. Scherp en fris voel ik me niet. Wel kijk ik heel erg uit naar deze ervaring. Ik ben benieuwd hoe ik deze dag ga beleven.

Heb je er wel eens bij stilgestaan (ja, letterlijk :) ) hoeveel herrie je maakt door met je lepel je kom muesli leeg te schrapen? Als je mes je bord raakt? Het glas dat je op tafel zet na een luidruchtige slok? Vermenigvuldig dat met 14 (personen), inclusief het bijgeluid van het vermengen van speeksel met eten. Ook wel kauwen genoemd. De bediening van het hotel vindt ons maar stelletje rare figuren. Zij giechelen hardop in de keuken, wij in stilte aan tafel.

Dan begin ik langzaam te beseffen dat het enige dat me te doen staan is: zijn.

Tijdens onze wandeling door de bergen valt me op hoe wij human beings gewend zijn om continu te communiceren als we in groepsverband verkeren. Een paar keer wijs ik spontaan naar het uitzicht en open mijn mond om te zeggen hoe mooi ik het vind. Net op tijd pers ik mijn lippen op elkaar. Na een paar keer merk ik dat het óók fijn is om alleen te genieten van een mooi uitzicht. Toch voel ik de behoefte om het te delen.

Na een paar uur wandelen, begin ik wat onrustig te worden. Iedereen lijkt zich steeds meer in zichzelf te keren. Maar ik kan me niet uiten, mijn gedachten zitten gevangen in mijn hoofd en schreeuwen allemaal door elkaar. Zie je wel, monsters! Ik vóel ze bijna door mijn hoofd rennen.

Als we op onze bestemming aankomen, een mooi verlaten strandje, zoekt ieder zijn eigen plek. De één speelt wat met steentjes in de branding, de ander drijft op het zoute zeewater. Ik kijk wat ongemakkelijk om me heen. Na een tijdje besluit ik om gewoon maar te gaan zitten. Dan begin ik langzaam te beseffen dat het enige dat me te doen staan is: zijn. Ik word iets rustiger. In Nederland verlang ik zo vaak naar een eenvoudiger leven, nu is mijn kans om daar een dag van te genieten. Niemand zal mij storen in mijn proces, ik kan mijn telefoon niet checken en er is geen deurbel die zal gaan.

Langzaam begin ik van de stilte te genieten. Het gezamenlijk stil zijn creëert een sterke verbondenheid. Ik vind het nog steeds wat onwennig, maar het geruis van de golven en het staren naar de beweging ervan spoelen mijn gedachtestroom steeds verder naar de achtergrond. Ik neem alles intenser waar: geluiden, vormen, kleuren. Mijn ademhaling. En het feit dat er zich geen monsters in mij bevinden, maar dat dat slechts mijn ego is die een beetje aandacht wil. En dat die plek in mij, waar ik een beetje bang voor was om naartoe te gaan, heel fijn en veilig is. Het is er alles behalve donker, eng of mysterieus, ik ken hem gewoon nog niet zo goed. Ik zet mijn blik op oneindig en verbreek mijn meditatierecord.

’s Avonds zitten we om het kampvuur. Als afsluitingsritueel werpt iedereen er een stuk hout in dat symbool staat voor iets waar hij/zij afscheid van wil nemen. Met een voldaan gevoel gooi ik mijn angsten erin. Als de laatste geweest is, zou de stilte verbroken zijn. Maar niemand zegt iets. We willen zo graag nog even blijven in dit paradijsje van reinheid en rust. Dan geeft plotseling een blaffende hond het eindschot. Iedereen schiet spontaan in de lach. Ik voel me goed, een beetje verliefd zelfs. Alles stroomt. Na één dag stil zijn! De eerste woordenwisseling is zacht van volume, krachtig van energie en vol van liefde. Ik had verwacht te zullen schrikken van mijn eigen stem, maar hij is nog net zo vertrouwd als gisteravond.

Deze stiltedag een paar jaar geleden maakte veel indruk op mij. Het smaakte naar meer. Inmiddels, meerdere stille dagen later, zou ik zeggen: moet je ook eens doen :) 

Boek: Streets of the world

Fotograaf Jeroen Swolfs reisde zeven (!) jaar over de wereld en stelde dit waanzinnig mooie boek samen met uit 195 hoofdsteden één foto. Ja één. Hoe leg je in vredesnaam een hoofdstad vast in één beeld? Hij pretendeert geen ‘compleet’ beeld te geven, het gaat hem om het delen van een straatbeeld. Want zoals hij het ziet: op straat gebeurt het.

Op straat komt alles samen. Op straat is het echte leven. Rijk en arm, jong en oud, iedereen versmelt op die ene plek. Daar ben ik het helemaal mee eens! Tijdens mijn reizen voelde ik me altijd het meest geïnspireerd op straat, tussen de locals, middenin de chaos, in het dagelijkse leven. In de ‘gewone’ (woon)wijk heb ik altijd de meeste interessante spontane gesprekken met oude mannetjes, eet ik de meest unieke snacks gewikkeld in de nationale krant en voel ik me het meest onderdeel van.

Ineens vraag ik me af wanneer ik voor het laatst de grens ben over gegaan…

Streets of the world echt een boek om van te houden. Groot en zwaar, met linnen gebonden. De cover bestaat uit vele vlaggen, die je lijkt te kunnen voelen. Persoonlijk vind ik het jammer dat er geen mooie, kleurige, rommelige, levendige (liefst Latijns-Amerikaanse) straat op de cover staat. Waarschijnlijk kon Jeroen geen keuze maken. Snap ik wel. Hij mocht per land ook al slechts één foto kiezen voor ín het boek.

Wat ik mooi vind aan Schwolfs’ stijl is dat zijn foto’s rauw zijn. Echt. Grof materiaal. Het gaat niet om het perfecte plaatje met de mooiste mensen/gebouwen/pleintjes en de meest creatieve kunstzinnigste effecten, maar om het delen van wat hij heeft gezien. Niets meer, niets minder. Ik hou van dit soort fotografie; ogenschijnlijk spontaan geschoten beelden, van een alledaags moment. Je hebt het gevoel dat je er zo in kunt stappen. Ook ik wil even in de rij staan bij een clubje leerlingen in Argentinië, mee-feesten met een groep dansers in Laos en vers fruit proeven op een typisch Afrikaanse markt. Juist omdat Jeroen geen focus legt op de schoonheid of een toeristische trekpleister, ben je er écht bij. In dat land, waar hij was. Dat maakt het een inspirerend en prikkelend boek.

Streets of the world is niet alleen ter inspiratie, maar ook ter informatie. Bij iedere foto, bij ieder land, staat allerlei leuks, zoals: met welk street food stil je je honger – want op straat wordt gegeten! – welke religies worden er beoefend en welke etniciteiten zijn er. Een zwaar boek, met een luchtige boodschap: reis, kijk en wees nieuwsgierig! Gewoon on the streets (of the world). Een heerlijke, dikke pil om je uren mee te vermaken, dromend over waar je volgende reis naartoe zal gaan…

Titel: Streets of the world
Auteur: Jeroen Swolfs
ISBN: 9789089897459
Prijs: € 39.95
Uitgeverij: Terra Lannoo

Publicatie Te Gast in Colombia

Het boekje TE GAST IN Colombia is uit! Een nieuwe uitgave in de serie TE GAST IN.

Een publicatie die net zo kleurrijk is als het land zelf. Naast praktische info, lees je er persoonlijke verhalen van schrijvers en journalisten die een speciale band hebben met dit waanzinnige land. Ik mocht er aan bijdragen met een artikel over salsamuziek en dans.

Blader door de digitale preview en/of lees mijn stuk Salsa moet je voelen (PDF).

Bolivia belivia

IMG_0413

Waar armoede is, is gevaar. Dat weet iedere doorgewinterde reiziger. Waar armoede is, zijn leugens. Ook dat weet je als reiziger. Maar persoonlijk zijn we er altijd heilig van overtuigd dat wij niet vallen voor kletspraat van arme locals die geld willen verdienen. Toch?

Zelfs niet in Bolivia, het armste land van Zuid-Amerika, waar ik samen met een Zwitsers verliefd stelletje nog helemaal high ben van een 3-daagse jeeptour over de witte, pure zoutvlaktes van Uyuni. Vanuit ons perspectief is alles en iedereen op dit moment zo puur als het witte zout, dus kopen we vol vertrouwen tickets voor de nachtbus bij een van de Indianenvrouwtjes op het ‘busstation’ (een rij gammele hutjes aan de rand van het dorp waar schreeuwende Bolivianen verfrommelde buskaartjes aan de man brengen). We kiezen voor het vrouwtje met de hardste stem en de zachtste prijs. Vanwege alle spookverhalen check ik nog even de veiligheid: ‘Is het OK om ’s nachts te reizen?’ Haar baby’tje én ons sussend, verzekert ze ons dat de chauffeur ons na een korte pauze op de busterminal van Potosí, waar hij bij ons zal blijven, keurig zal afleveren op de eindbestemming Sucre.
Vamos!

We slaan water en crackers in en wachten geduldig op onze bus. Rugtassen omgedoopt tot buiktassen, geld in onze moneybelt verstopt en zelfverzekerd uit onze ogen kijkend. Bankjes zijn er niet, dus we blijven staan en kletsen wat. Piepende bussen komen af en aan en stromen leeg met moeders met slapende baby’s op hun rug gebonden in prachtig gekleurde doeken. Passerende kinderen staren ons aan met hun nieuwsgierige, chocoladebruine oogjes. Een groepje oude mannetjes bekijkt ons uitgebreid en beginnen te smoezen. Langzaamaan, het is inmiddels donker, beginnen we ons minder op ons gemak te voelen. Is het niet toch beter om overdag te vertrekken? We denken alledrie hetzelfde, maar doen dat ook; we zeggen niks.

Er zijn verder alleen maar locals aan boord, wat zelden een goed teken is in een land als dit.

Uiteindelijk, 1,5 uur later, stopt er een roestig blik voor onze neus met een verfomfaaid papiertje in de vooruit: SUCRE. Het inpakritueel neemt ruim een half uur in beslag: ladingen plastic tassen, een gatenmand met 2 hanen, diverse muziekinstrumenten – alles gaat mee. Een deel wordt op het dak gebonden, al kiezen wij ervoor om onze tassen bij ons te houden. Ik neem plaats in een gerafeld bruin leren stoeltje, naast mijn partners in crime. Ik hou mijn adem in, bang dat het busje bij een zucht uit elkaar zal vallen. Er zijn verder alleen maar locals aan boord, wat zelden een goed teken is in een land als dit. Hun lijkt de stank niet op te vallen, maar ik word een beetje misselijk van de combi van lekkende benzine, een zurige zweetgeur en verbrande rijst.
Vamos!

Na een tijdje hortend en stotend pruttelen wordt de bus tot stilstand gebracht. De chauffeur stapt uit en verdwijnt in het donker. Niemand lijkt zich er iets van aan te trekken, behalve wij verwende reizigers, een vragende blik uitwisselend. De chauffeur moet vast even naar de wc. Plotseling wordt er hevig aan de bus gesjord. Oude mannetjes schrikken uit hun slaap. Tassen tuimelen over iedereen heen. De lampen gaan aan en uit. Wat is er aan de hand? Dan stapt de bestuurder weer in, schijnt met een zaklamp het gangpad in en neemt weer plaats. Welkom in Zuid-Amerika, waar je regelmatig niets snapt van waarom iets gaande is.
Vamos!

Iedereen maakt aanstalten om het voertuig te verlaten. Ook de chauffeur.

Ik weet dat de berglandschappen in Bolivia adembenemend zijn. Jammer dat ik slechts kan staren in de donkerte van de nacht. We stoppen af en toe om er wat mensen uit en in te laten en mogen op een vuilstortplaats onze behoefte doen (no, gracias).
Eindelijk komen we aan op het busstation in Potosí. Ik droomde het laatste stuk van zo’n lekker plakkerig Boliviaans chocoladecakeje van zo’n lokaal winkeltje, maar als ik naar buiten kijk kies ik toch maar weer voor een cracker uit mijn tas. Er liggen junkies op het met afval bezaaide asfalt te slapen en er lopen wat vage figuren rond. Verder staan er een paar krakkemikkige bussen geparkeerd. Iedereen, behalve drie donkere jongens met lange dreads, maakt aanstalten om het voertuig te verlaten. Ook de chauffeur.
‘Waar gaat u heen?’, vraag ik een beetje bezorgd.
‘Naar bed señorita, het is twee uur.’
‘Maar u zou bij ons blijven!’
‘Een collega zal u om 7 uur verder brengen.’
Oh, dat ticketvrouwtje…!
‘Voor niemand de deur open doen hè.’
Dus dit is de plek waar we de komende 6 uur moeten doorbrengen? Voorlopig zullen we nog niet aankomen op onze bestemming Sucre.
Een van de jongens, het blijken Colombiaanse muzikanten, ziet onze bezorgde koppies en start een gesprek. Volgens hem gaan er ook taxi’s naar Sucre, vanaf 4:00 uur. Ik overleg met de Zwitsers en we zijn het direct eens, om klokslag 4:00 uur zijn wij hier weg.

Als ik net een beetje in slaap begin te vallen op de harde stoel – handen om mijn bagage geklemd en gordijntje dicht om me te beschermen tegen de rondscharrelende mannetjes – schrik ik op van gebonk. Ik open mijn ogen en zie een grote man met een verdwaasde blik aan de deurknop trekken.
‘Doe open!’
Niet aankijken, niet aankijken.
‘Laat me er in!’
Wat als hij erin slaagt de deur te breken en zichzelf samen met zijn louche medebewoners van de busterminal binnen laat om ons te verkrachten en beroven? Een rilling kruipt over mijn rug. Ik gluur onder mijn geïmproviseerde dekentje naar mijn Zwitserse freunden en zie dat het meisje geschrokken iets in het oor van haar vriend fluistert. De Colombianen daarentegen zijn wel wat gewend, die liggen opgekruld in coma. Weer bonkt de dronkenlap op de deur en probeert de bus in beweging te zetten. Ik trek de doek verder over me heen. Ik heb het koud, ben moe en moet plassen. Ik heb in geen tijden zo naar een warme douche en een zacht bed verlangd.

Even later schrik ik opnieuw wakker van iemand die de bus in probeert te komen. Dit keer negeer ik hem, het is kwart over 4! Ik maak de Zwitsers wakker en stel voor om een taxi te zoeken. Als we naar buiten kijken is er geen auto te bekennen. De moed zakt me opnieuw in de schoenen. Maar even later zien we een glimmende witte Peugeot het terrein op rijden met een telefoonnummer op zijn deur. Als dat geen taxi is.
Vamos!

In onze privélimo gaan we richting Sucre, ‘de witte stad’. Net als de zoutvlaktes – wit, puur en schoon – precies waar ik behoefte aan heb. Maar eerst leg ik mijn hoofd in de zachte hoofdsteun om de komende uren te genieten van de mooie landschappen. Want soms gaat het niet om de bestemming, maar om de reis.

Het Colombiaanse leven – Eten, dansen en beminnen

In Colombia is iedereen aan de coke, elke dag wordt er een onschuldige ziel voor je neus doodgeschoten en niemand is te vertrouwen. Dat is ongeveer het beeld dat men vaak heeft van dit Zuid-Amerikaanse land. Terecht? Er een jaartje vertoeven doet verhalen ontstaan die ik graag wil delen. Verhalen die de realiteit laten zien, en vooral de positieve kanten. Over salsadansen met je ogen dicht, lokale beroemdheden eren, verliefd worden, je verwonderen in de Colombiaanse ‘Ikea’, nieuwe gewoontes aanleren, wegrennen voor legertanks, sjoemelen voor een verblijfsvergunning… Daarom dit blog als ode aan deze waanzinnige plek op aarde! Wie weet volgen er meer…

De slogan van het toeristenbureau speelt slim in op de heersende angst voor het land: El unico riesgo es que te quieras quedarHet enige risico is dat je wilt blijven. Klopt. Want je raakt gemakkelijk bevriend met de mensen (zonder cocaïne), merkt dat die onschuldige zielen bewust kiezen om te léven en ontdekt al snel dat de meeste mensen gewoon te vertrouwen zijn.

Salsa, salsa, salsa
Het begon allemaal met een kop koffie op een zonnige patio in een van de smalle straatjes van San Antonio in Cali. Een pittoresk, koloniaal wijkje, midden in deze industriestad. Maar naar Cali ga je dan ook niet voor de schoonheid van de stad, maar voor de salsa. En als je van salsa houdt, is architectuur van ondergeschikt belang. Want naast rook van alle fabrieken, ademt Cali de hele dag salsa; in de supermarkt, in de taxi, op straat, bij de apotheek, overal. En dat is precies de reden dat ik hier ben.

Als je je een jaar in een land wilt settelen, moet je nieuwe gewoontes, moves en woorden aanleren

Hier ontbreekt niets
Op mijn aankomstdag vertelt Claudia, bij wie ik een kamer huur voor een paar maanden, me onder het genot van die koffie alles over de beste salsascholen in de buurt. Claudia heeft haar huis deels verbouwd tot B&B. Zo ontmoeten wij – de Colombiaanse Camilo, de Duitse Robert, de Amerikaanse Steve en ik – dagelijks niet alleen vrienden en familie van Claudia, maar ook reizigers uit alle hoeken van de wereld met wie we etend, filosoferend en dansend de patio delen. Ik voel me al snel thuis. San Antonio is een mooie gekleurde vlek in een rommelige stad. Het voelt als een dorp; je haalt je groente en fruit bij Manuel (alleen al voor de wonderlijke vruchten moet je naar Colombia), eet traditionele lunches bij El Zaguan (Colombianen eten ’s middags warm, vaak buiten de deur), drinkt goede koffie bij Macondo (niet altijd makkelijk vindbaar, de beste koffiebonen worden geëxporteerd) en belt aan bij apotheker John als je acetaminofen nodig hebt (de Colombiaanse paracetamol). Lekker overzichtelijk. Alleen als je naar een supermarkt wilt, moet je ‘naar de overkant’. Zo zijn de Britse Caroline en ik het gaan noemen. Want daar is het rauwe Cali. Sinds ik haar ontmoette, gaan we elke vrijdag de loopbrug over voor onze grote boodschappen – en een nieuw salsajurkje natuurlijk – om het centrum vervolgens de rest van de week te vermijden. Het is er vol en vies: drukke straten met toeterende auto’s gitzwarte rook uitpuffend, krioelende mensen voor en achter kraampjes volgestouwd met koopwaar. Geen mooie inheemse producten, maar kunststof schoenen voor 2.500 Pesos (1 Euro) en magische crèmes die je billen ronder zouden maken. Toch hou ik ook van dit soort plekken. Voor een uurtje. Je zou het net zo goed authentiek kunnen noemen als de inheemse marktjes.
Ook als je naar een salsaclub wilt moet je San Antonio verlaten. Gelukkig maakt salsadanser Ricardo regelmatig een tussenstop bij bar Tostaki (een snel uitgesproken Todo está quí. ‘Hier ontbreekt niets’) om las dos Carolinas op te halen voor een dansje  – zo noemen ze ons hier in de wijk.

Go local
Als je je een jaar in een land wilt settelen, moet je nieuwe gewoontes, moves en woorden aanleren. Zo legt Claudia me uit dat je nooit je tas op de grond moet zetten. ‘Brengt ongeluk!’ Als ik mijn salsaleraar Victor uitleg dat er in Europa vooral met hoofd en armen wordt gedanst, laat hij me zien dat het in Colombia gaat om heupen en voetenwerk. Camilo leert me Colombiaanse woorden, zoals bacano (gaaf, cool), parcero (vriend, maatje) en vaina (ding, manier) en de hoe-gaat-ie-groet ‘Qúe más?’ (‘Wat nog meer’). Volgens huisgenoot Steve (en volgens de boekjes) wonen in Cali de mooiste vrouwen van het land. Ze zijn prachtig, zeker, maar helaas met veel chirurgisch aangebracht billen en borsten. Ook Robert heeft me iets te leren, namelijk dat ze in San Antonio zelfs zuurdesembrood verkopen (belangrijk voor een Duitser natuurlijk). De rest van de Colombiaanse gewoontes rijmen perfect met de Latijns-Amerikaanse cultuur, dus ik hoef niet meer te oefenen met niet-zo-stipt-op-tijd komen, een zoen in plaats van een hand bij ontmoetingen en niet al te direct zijn. Dat gaat inmiddels vanzelf.

‘Gracias a Dios’, denk ik – om mijn blijdschap maar op de nationale manier uit te drukken :)

Daar istie dan
Op een willekeurige donderdag lig ik lekker heen en weer te wiegen in de hangmat, zoals ik iedere dag doe in de namiddagzon op de patio. En dan is daar die man… fotograaf Óscar uit Bogotá. Met zijn prachtige zwarte krullen en diepbruine ogen gaat hij tegenover mijn hangmat zitten. Terwijl hij zijn doordringende blik geen seconde loslaat, kletsen we totdat het donker wordt. Ik heb al snel door dat hij geen ‘standaard’ Latino is. Latino’s zijn nu eenmaal vaak vrouwenversierders, daar worden ze mee opgevoed. Maar deze man lijkt anders. Gestudeerd, heeft zijn eigen fotostudio, luistert naar muziek búiten Zuid-Amerika en weet meer van kunst, geschiedenis en politiek dan een gemiddelde wetenschapper. Dit in combi met het ontbreken van gladde praatjes maakt hem behoorlijk interessant. Dus ik app:

– Caro, ik neem vanavond een Colombiaan mee. 21.00 uur bij Tostaki?
– Can’t wait!

Om 21:10 uur houdt Oscar de zware, houten voordeur voor me open, die ik vervolgens zoals altijd dubbel op slot draai met de even zo zware sleutel. We lopen samen de straat op, waar een warm zwoel briesje waait. Eventjes legt hij zijn hand op mijn onderrug. Vlinders! Deze avond gaan we naar Topa Tolondra, een van mijn favoriete salsaclubs: zo’n oude, donkere tent, vol met foto’s van salseros aan de afgebrokkelde stenen muren, waar de hele nacht wordt gedanst. We hebben het fijn, al blijkt Oscar niet zo’n salsadanser te zijn als de meeste mannen uit deze regio. Dat komt door zijn roots in Chiquinquira, een klein dorpje vlakbij Bogotá, waar ze meer folklore dansen dan salsa. Ik besef dat dat maakt tot wie hij is; niet zo’n versierder zoals de Caleños, de mannen uit Cali. ‘Gracias a Dios’ (goddank), denk ik – om mijn blijdschap maar op de nationale manier uit te drukken :)

Afscheid
Als ik hem de volgende dag bij het ontbijt zie, grote Canon in de hand, nodigt hij me uit voor de workshop die hij gaat geven aan een groep fotografiestudenten. Hem de wijze fotograaf uit zien hangen maakt hem nog aantrekkelijker. Het afscheid de volgende dag is daardoor zwaarder dan ik toe wil geven. Ik zwaai de gele taxi dromerig na. Zal ik hem ooit nog zien? Met een knoop in mijn maag kruip ik in de hangmat in de hoop dat het wiegen me zal sussen. Claudia komt aangesneld: ‘Komt hij nog terug?’ Gelukkig heb ik dezelfde avond al een mailtje en twee weken later pakt hij het vliegtuig naar Cali. Een maand daarna opnieuw. Dit keer blijft hij lang. We genieten van smeuïge muffins bij Zahavi, kijken oude films bij Macondo, bezoeken het filmmuseum Caliwood, slenteren door de straatjes van San Antonio en dansen bij Tin Tin Deo, Zaperoco, Topa en Las Brisas.

Nu is het tijd voor mij om hem op te zoeken. Bogotá, here I come. 

Fladderen of aarden

Ik weet het nog goed. Ik ben 31 en zit in een crisis, de zogenaamde quarterlife crisis. Een crisis met een merknaam. Tja, anders hoor je er niet bij… Maar ik zit helemaal niet te wachten op stagnatie. Bovendien heb ik al meer dan genoeg crises achter de rug: relatiescrises, carrièrecrises, gezondheidscrises, woningcrises. Tja, wat moet ik anders, een beetje gelukkig lopen zijn

Ik had ze wel gehoord, die alarmbellen. Maar ik negeerde ze, iedere keer weer. Ik zette gewoon m’n iPod wat harder. Met het gehele orkest belden ze aan, maar ik deed niet open. Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad. Toen ze ook thuis naast me op de bank gingen spelen en uiteindelijk pontificaal voor m’n beeldscherm gingen zitten op m’n werk, kon ik er niet meer omheen. Toen wist ik dat ik iets moest doen.

Maar ik zat muurvast. Zó lang was ik gevlucht voor de signalen, zó lang had ik me verzet tegen die schreeuw om aandacht van m’n lichaam, ik was uitgeput. Keer op keer had ik niet thuis gegeven en nu kreeg ik dubbel en dwars de resultaten gepresenteerd. Op een dienblaadje. Geen zilveren, maar een donkergrijze. Zonder franjes.

Ze sprongen met z’n allen bij me achterop de fiets, trompetteerden ongeneerd m’n dromen binnen en achtervolgden me in de stad.

Uiteindelijk ben in de rollercoaster gestapt. Ik heb me suf gelezen, mediteerde dagelijks met Boeddha aan mijn zijde, praatte met goeroes tot ik er bij neerviel, en voelen, dat deed ik veel. Heel veel. Nog steeds trouwens. Want daar draait het allemaal om. We zweven in ons hoofd. Zakken moeten we, in ons lijf, uit onze gedachten. Afdalen naar dat bekkengebied en nog verder naar beneden: aarden.

Ik was als de dood dat ik van een vlinder in een boom zou veranderen.

Na diepe dalen, rust en veel opgedane wijsheid, ben ik weer onderweg naar huis. Thuis, waar ik altijd welkom ben. Mijn eigen huisje, dat ik altijd met me meedraag. En als de bel gaat, negeer ik ‘m niet. Wel kijk ik eerst even door het gaatje en beslis dan of ik open doe. En áls ik open doe, heet ik het bezoek van harte welkom. Binnenkort fladder ik via diezelfde deur weer naar buiten.

Nu, 7 jaar later is er een hoop veranderd. Al dat soul searching heeft écht zin. Zoals Stine Jansen zo mooi zei laatst in een interview: ‘Het is hard werken, die spiritualiteit, maar het helpt wel’ : )