Be careful what you wish for

Als God een dj is, waarom draait hij dan niet even een plaatje voor mij? De enige plaat die ik op dit moment hoor is het geruis van de zee in combinatie met mijn snelle heartbeat. Keihard en onregelmatig, visioenen aanwakkerend dat ik uitgedroogd in het zand lig en pas word gevonden als er niets meer te redden valt. Ik voel mijn onderlip langzaam omkrullen en begin zachtjes te huilen.

Het begon allemaal met die vrolijke Thai en zijn groene bootje. Hij kon me wel ff naar dat rustige eilandje brengen.
‘You special friend, only 1000 Baht’, zei hij met een enorme grijns.
‘1000 Baht?! Gister bracht je collega me voor minder dan de helft naar hier.’
‘Maar dit is heeeel ver weg, miss.
Volgens mijn Lonley Planet  was de afstand net zo groot. Maar ik had het heet, was moe en verlangde naar rust. Ik wenste dat het eiland volledig onbewoond zou zijn.
‘OK, we gaan.’

Enigszins verrast door het lege strand dat ik aantrof, vroeg ik me af of ik hem zou vragen even te wachten. Slechts een paar bamboohutjes staken boven de bomen uit. Was het niet té rustig hier? ‘No many people here’, zei hij, mijn twijfel van mijn gezicht aflezend. En dat was precies wat ik wilde: zonnebaden in mijn nieuwe roze bikini, mijn verfrommelde vakantieromans uitlezen en iedere ochtend mediteren in stilte. Ik ruilde een briefje van 1000 Baht voor een briefje met zijn telefoonnummer en stapte van het bootje. Vrijdag zou ik hem bellen hoe laat ik opgehaald wilde worden.

Ik liep richting een klein houten gebouwtje en stak mijn hoofd om het hoekje.
‘Hello.’
Geen reactie.
Via de lege balie liep ik een stukje verder naar binnen. ‘Hello?’
Niemand.
Het was natuurlijk nog vroeg, al die Thai zaten nog in de meditatiehouding.
Ik keek om me heen. Het strand was bezaaid met lege flesjes, verdorde palmbladeren en kartonnen dozen. Het zag eruit alsof een flinke storm al het leven er uit had geblazen en er een lading troep voor terug had gelegd.
‘Hellohoo!’
Weer niets.
Ik besloot een rondje om het gebouw heen te lopen, een stukje het strand op en weer terug.
Geen teken van leven. Was hier wel iemand? Waar was ik beland? Een beetje paniekerig piepte ik een laatste poging: ‘Anyone here?’
Langzaam werd het me duidelijk: deze plek was hartstikke verlaten. Er was hier geen levende ziel. En nu? Ik had het al bloedheet, maar voor wat extra dramatiek liepen er nóg een paar zweetparels over mijn rug. Fuck. Ik moest hier weg! Als ik de bootman nu zou bellen, zou hij nog dichtbij zijn om me weer op te halen. Haastig griste ik het briefje uit mijn tas en pakte mijn telefoon. Dubbelfuck. Geen bereik.

Ik weet niet hoe lang ik heb gelopen. Eerst met bagage, toen de andere kant op zonder en vervolgens opnieuw mét, klauterend over de rotsen omdat ik een pad gezien dacht te hebben. Maar er was hier geen pad. Geen pad, geen mens, geen boot, geen hoop. Moedeloos gooide ik mijn zware rugzakken van me af en liet mezelf in het zand zakken. Ik vervloekte het feit dat ik zo nodig de stilte op moest zoeken, dat ik geen druppel water bij me had, mijn reislust in het algemeen en Thailand in het bijzonder.
Wat nou ‘no many people there’. No people zul je bedoelen.

Geef me alsjeblieft één teken van goddelijkheid, wens ik terwijl ik door mijn tranen heen richting de hemel kijk. Eentje maar. Niet alleen mijn hart, maar ook mijn hoofd begint nu te bonken. Vochtgebrek, moe- en radeloosheid slaan toe. Zal ik dit ooit nog kunnen navertellen?
En dan, plotseling, word ik verblind door licht. Voor me verschijnt een naakte – op een klein, blauw broekje na – breed geschouderde, blonde engel.
‘Hello’, zegt hij vriendelijk.
Dat krijg je als je in paniek bent, dan ga je hallucineren.
‘What are you looking for?’ Opnieuw die stem.
Dan begin ik als een idioot te ratelen over mijn verlangen naar stilte, de tip uit mijn Lonely Planet en dat ik me ‘a bit lost’ voel.
‘You’re not lost. I know where you are!’
Zijn woorden klinken me als muziek in de oren. Ik ben gered.
Zoals het een echte held betaamt, grijpt hij een cocosnoot uit het zand, haalt een mes tevoorschijn en hakt er een gat in. ‘Here.’
Met trillende handen giet ik het verse, koele kokossap in mijn mond en over mijn gezicht. Terwijl ik weer een beetje tot mijn zinnen kom, vertelt de Canadese yogi dat dit hotel al maanden gesloten is en dat hij gister is aangekomen om de boel op te ruimen. Wat als ik hier eerder was gedropt…?
Hij biedt aan om samen De Bewoonde Wereld te gaan zoeken, er moet hier ergens een pad zijn. Opnieuw woorden die als muziek in mijn oren klinken. Met superstip komt deze zin de hitlijsten binnen. Faithless heeft gelijk: God ís een dj. Blijf altijd je wensen het universum insturen.

Ik schreef dit verhaal voor het online reisplatform www.reisbijbel.nl

Advertenties

7 gedachten over “Be careful what you wish for”

  1. Wauw…ik voelde de spanning, het schurende zand tussen de tenen en proefde de verkoelende cocosmelk…! Eh…en de blonde engel deed me denken aan Chris Zegers??

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s